ECLI:NL:RBNNE:2014:5501
Rechtbank Noord-Nederland
- Op tegenspraak
- Rechtspraak.nl
Voorwaardelijke taakstraf wegens feitelijke aanranding door afdwingen zoen op de mond
Op 3 september 2013 heeft verdachte in de woning van het slachtoffer, een vrouw die hij slechts oppervlakkig kende, door middel van feitelijkheid haar onverhoeds stevig vastgepakt en op de mond gezoend. De rechtbank kwalificeerde deze handeling als een ontuchtige handeling in de zin van artikel 246 Wetboek Pro van Strafrecht, omdat de zoen een seksuele strekking had en in strijd was met de sociaal-ethische norm.
De verdachte ontkende de tenlastelegging, maar de rechtbank achtte de verklaring van het slachtoffer, gesteund door die van haar man als getuige, wettig en overtuigend bewezen. De verdediging voerde aan dat de zoen geen seksuele strekking had en niet als ontuchtig kon worden gezien, maar dit verweer werd verworpen.
De rechtbank legde een taakstraf van 40 uur onbetaalde arbeid op, voorwaardelijk met een proeftijd van twee jaar, met een vervangende hechtenis van 20 dagen bij niet-nakoming. Daarnaast werd verdachte veroordeeld tot betaling van €212 aan het slachtoffer als immateriële schadevergoeding, vermeerderd met wettelijke rente vanaf de datum van het feit. De verdachte werd vrijgesproken van overige tenlastegelegde feiten.
Uitkomst: Verdachte is veroordeeld tot een voorwaardelijke taakstraf van 40 uur en betaling van schadevergoeding wegens feitelijke aanranding door afdwingen van een zoen op de mond.