Uitspraak
RECHTBANK NOORD-NEDERLAND
uitspraak van de meervoudige belastingkamer van 10 juli 2014 in de zaak tussen
[eiseres], te [woonplaats], eiseres,
de inspecteur van de Belastingdienst/kantoor Emmen, verweerder
Procesverloop
f74.409). De heffingsrente heeft verweerder overeenkomstig verminderd tot een bedrag van € 3.115 (
f6.865). De boete heeft verweerder verminderd tot een bedrag van € 5.247 (
f11.564).
f48.826).
f2.535). De boete heeft verweerder verminderd tot een bedrag van € 4.658 (
f10.265).
f384.000). De heffingsrente heeft verweerder overeenkomstig verminderd tot een bedrag van € 201 (
f443). De boete heeft verweerder verminderd tot een bedrag van € 975 (
f2.150).
Overwegingen
“Naar aanleiding van uw verzoek bevestigen wij u hierbij dat de rekening nr. (…) in onze boeken werd afgesloten op datum 2 juni 1995.”.
Naar aanleiding van uw verzoek bevestigen wij u hierbij dat: de rekening nr. (…) werd opgeheven op datum van 23 mei 2001; de rekening nr. (…) werd opgeheven op datum van 19 september 2000.”.
“We hereby confirm you that the account (…) has been closed in our books on 6 March 1995.”.
“Naar aanleiding van uw verzoek bevestigen wij u hierbij dat de rekening nr. (…) in onze boeken werd opgeheven op datum 24 mei 2002.”.
“Op uw verzoek bevestigen wij u dat de rekening onder stamnummer (…) in onze boeken werd geopend op datum van 1 oktober 1991 en geschrapt op datum van 15 mei 2009.”.
“Naar aanleiding van uw verzoek, bevestigen wij u hierbij dat er voor de jaren 1996, 1997 en 1998 geen staten van tegoeden en verbintenissen van uw rekeningen beschikbaar waren. Deze documenten werden vóór het jaar 2004 slechts opgesteld indien er zichwaarden in het effectendepotbevonden, wat dus niet het geval was.”.
Beslissing
- verklaart de beroepen tegen de (navorderings)aanslagen ongegrond;
- verklaart de beroepen tegen de boetebeschikkingen gegrond;
- vernietigt de uitspraken op bezwaar ten aanzien van de boetebeschikkingen;
- vernietigt de boetebeschikkingen;
- bepaalt dat deze uitspraak in zoverre in de plaats treedt van de vernietigde besluiten op bezwaar;
- veroordeelt verweerder tot vergoeding van de immateriële schade die eiseres heeft geleden tot een bedrag van € 1.000;
- gelast dat verweerder het door eiseres betaalde griffierecht van in totaal € 287 (7 x € 41) vergoedt;
- verklaart de beroepen tegen de (navorderings)aanslagen gegrond;
- verklaart de beroepen tegen de boetebeschikkingen gegrond;
- vernietigt de uitspraken op bezwaar;
- vermindert de aanslag IB/PVV 2006 tot een aanslag berekend naar een belastbaar inkomen uit werk en woning van € 39.949 en een belastbaar inkomen uit sparen en beleggen van € 5.456;
- vermindert de navorderingsaanslag VB 1998 tot een navorderingsaanslag berekend naar een belastbare som van € 133.411 (
- bepaalt dat het bedrag aan heffingsrente dienovereenkomstig wordt verminderd;
- vernietigt de boetebeschikkingen;
- bepaalt dat deze uitspraak in zoverre in de plaats treedt van de vernietigde besluiten op bezwaar;
- gelast dat verweerder het door eiseres betaalde griffierecht van in totaal € 82 (2 x € 41) vergoedt.