Uitspraak
UITSPRAAK
[verdachte],
Gang van zaken
Overwegingen
€ 778.511,25
Rechtbank Noord-Nederland
De rechtbank Noord-Nederland behandelde de vordering tot ontneming van wederrechtelijk verkregen voordeel van veroordeelde, voortvloeiend uit een eerdere veroordeling voor medeplegen van oplichting en gewoontewitwassen.
De officier van justitie vorderde een bedrag van €1.209.476,00, terwijl de verdediging stelde dat geen voordeel was genoten na aftrek van kosten en betwistte de toerekening van opbrengsten over de gehele periode. Na onderzoek en schriftelijke voorbereiding vond op 8 oktober 2014 een zitting plaats waarin partijen hun standpunten toelichtten.
De rechtbank stelde vast dat het voordeel uit de exploitatie van 0900-nummers in de periode 1 december 2004 tot en met 31 maart 2007 aan veroordeelde toerekenbaar was, maar liet een eerdere periode buiten beschouwing wegens onvoldoende bewijs van kennis van het frauduleuze karakter.
De rechtbank berekende het netto voordeel na aftrek van redelijke kosten op €1.020.841,90, waarvan de helft (€510.420,95) aan veroordeelde werd toegerekend. De vordering tot het horen van getuigen werd afgewezen en het verzoek tot nihilbetaling wegens faillissement werd verworpen omdat dit in de executiefase aan de orde is.
De rechtbank legde veroordeelde de verplichting op dit bedrag aan de Staat te betalen ter ontneming van het wederrechtelijk verkregen voordeel en wees het meer of anders gevorderde af.
Uitkomst: Veroordeelde is verplicht €510.420 aan de Staat te betalen ter ontneming van wederrechtelijk verkregen voordeel.