ECLI:NL:RBNNE:2014:588
Rechtbank Noord-Nederland
- Kort geding
- Rechtspraak.nl
Geldigheid en handhaving concurrentiebeding na functiewijziging en omzetting arbeidsovereenkomst
In deze zaak staat de geldigheid van een concurrentiebeding centraal, opgenomen in de arbeidsovereenkomst van een werknemer bij Mezutec Drachten B.V. De werknemer trad in 2007 in dienst met een arbeidsovereenkomst voor bepaalde tijd, inclusief een concurrentiebeding. In 2008 werd deze omgezet in een arbeidsovereenkomst voor onbepaalde tijd, zonder dat het concurrentiebeding opnieuw schriftelijk werd overeengekomen. In 2012 vond een functiewijziging plaats van een technische functie naar sales manager.
De werknemer stelde dat het concurrentiebeding door de omzetting en functiewijziging niet meer geldig was, dan wel nietig, vernietigbaar of te matigen was. Hij vorderde ook schorsing van het beding en een vergoeding wegens belemmering in het vinden van nieuw werk. Mezutec stelde dat het beding geldig en volledig van kracht bleef en dat het belang van bescherming van bedrijfsinformatie zwaarder woog dan het belang van de werknemer.
De kantonrechter oordeelde dat het concurrentiebeding bij omzetting van de arbeidsovereenkomst geldig bleef, omdat geen ingrijpende wijziging in arbeidsverhouding was aangetoond. Wel was door de functiewijziging het beding onredelijk zwaarder gaan drukken, omdat de werknemer van een uitvoerende naar een commerciële functie ging met andere relatiecontacten. Desondanks was de procedure niet geschikt voor een declaratoire uitspraak en werd de primaire vordering niet-ontvankelijk verklaard.
De belangenafweging leidde tot het oordeel dat het belang van Mezutec bij handhaving van het concurrentiebeding zwaarder woog dan het belang van de werknemer bij schorsing, mede gezien de vertrouwelijke kennis die de werknemer bezit en het feit dat de arbeidsovereenkomst nog liep. De vorderingen tot schorsing en vergoeding werden afgewezen. De werknemer werd veroordeeld in de proceskosten.
Uitkomst: De primaire vorderingen tot nietigheid en vernietiging van het concurrentiebeding worden niet-ontvankelijk verklaard; de subsidiaire vorderingen tot schorsing en vergoeding worden afgewezen.