ECLI:NL:RBNNE:2014:5907
Rechtbank Noord-Nederland
- Eerste aanleg - meervoudig
- H.L. Stuiver
- A. Fokkema
- P.H.M. Smeets
- Rechtspraak.nl
Afwijzing ontnemingsvordering wegens ontbreken wederrechtelijk voordeel na hennepkwekerij
De officier van justitie vorderde ontneming van wederrechtelijk verkregen voordeel van €38.447,50 van de veroordeelde wegens het handelen in strijd met de Opiumwet en diefstal op 26 augustus 2011. De rechtbank behandelde de vordering op 13 november 2014 en hoorde zowel de officier van justitie als de verdediging.
De verdediging stelde dat geen sprake was van wederrechtelijk voordeel na aftrek van investeringskosten. Uit het strafdossier en het rapport berekening wederrechtelijk verkregen voordeel bleek dat er geen aanwijzingen waren voor eerdere oogsten van de hennepkwekerij. De aangetroffen 32,4 kilo hennep was in beslag genomen, maar er was geen bewijs van opbrengst uit eerdere oogsten.
De rechtbank concludeerde dat onvoldoende aannemelijk was dat de veroordeelde wederrechtelijk voordeel had verkregen uit de bewezenverklaarde feiten. Daarom wees de rechtbank de vordering van de officier van justitie af op grond van artikel 36e van het Wetboek van Strafrecht.
Uitkomst: De rechtbank wijst de ontnemingsvordering af wegens onvoldoende bewijs van wederrechtelijk verkregen voordeel.