De rechtbank Noord-Nederland behandelde het beroep van Stichting De Faunabescherming tegen het besluit van het college van Gedeputeerde Staten van Fryslân om een ontheffing te verlenen voor het doden van vossen in de periode van 28 januari 2014 tot en met 16 juni 2018. De ontheffing was verleend zonder dat er een geldig faunabeheerplan voor de periode 2015 tot en met 2018 bestond.
Eerder was een soortgelijke ontheffing voor de periode 2009-2014 verleend, maar deze was door de rechtbank en later door de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State vernietigd wegens het ontbreken van een faunabeheerplan. In het onderhavige besluit verwees verweerder naar het faunabeheerplan 2009-2014, dat grotendeels gebaseerd was op een rapport uit 1999, en er was geen deugdelijke onderbouwing voor de periode na 2014.
De rechtbank oordeelde dat de ontheffing in strijd was met artikel 68, vierde lid, van de Flora- en faunawet, omdat een ontheffing alleen op basis van een faunabeheerplan mag worden verleend. Het beroep werd gegrond verklaard, het besluit vernietigd en verweerder werd opgedragen een nieuw besluit te nemen. Tevens werd verweerder veroordeeld tot vergoeding van proceskosten en griffierecht.