ECLI:NL:RBNNE:2014:650
Rechtbank Noord-Nederland
- Rekestprocedure
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkverklaring verzoekers wegens misbruik procesrecht in nalatenschapszaak
Op 30 december 2013 dienden verzoekers een verzoek in op grond van artikel 4:192 lid 2 BW Pro om een termijn te stellen voor het maken van een keuze omtrent de beneficiaire aanvaarding of verwerping van de nalatenschap van de erflater.
De kantonrechter constateerde dat reeds in meerdere, onherroepelijke beschikkingen alle aanspraken van verzoekers op de nalatenschap in afwijzende zin waren beslist. In een beschikking van 16 april 2013 was expliciet overwogen dat verzoekers geen aanspraak kunnen maken op de nalatenschap en dat verdere verzoeken niet inhoudelijk beoordeeld kunnen worden. Deze beschikking verklaarde verzoekers niet-ontvankelijk en wees op het gesloten systeem van rechtsmiddelen en het rechtsbeginsel litis finiri oportet.
Ondanks deze eerdere beslissingen bleven verzoekers nieuwe verzoeken indienen, wat de kantonrechter als misbruik van procesrecht en omzeiling van het rechtsbeginsel beschouwde. Gezien de bestendige en volhardende houding van verzoekers en het ontbreken van aanwijzingen dat uitleg tot inzicht zou leiden, achtte de kantonrechter verdere bespreking zinloos.
Daarom werd het verzoek zonder zitting en zonder betrokkenheid van de wederpartij niet-ontvankelijk verklaard, waarmee de procedure werd beëindigd.
Uitkomst: Verzoekers worden niet-ontvankelijk verklaard wegens misbruik van procesrecht en het gesloten systeem van rechtsmiddelen.