In deze zaak heeft verzoeker [A] een wrakingsverzoek ingediend tegen mr. Dijkers, rechter in de rechtbank Noord-Nederland, omdat deze lid is van de klachtencommissie van Bureau Jeugdzorg Groningen (BJG), tevens partij in de hoofdzaak. Hoewel het lidmaatschap op zich niet strijdig is met de Leidraad onpartijdigheid, blijkt uit de klachtenregeling dat de Raad van Bestuur van BJG het lidmaatschap tussentijds kan beëindigen, wat de onafhankelijkheid van mr. Dijkers kan aantasten.
Tijdens de mondelinge behandeling bleek dat BJG wel degelijk verweer voerde, ondanks eerdere mededelingen, en dat mr. Dijkers niet kritisch genoeg was over de communicatie richting verzoeker, wat diens verdedigingsbelangen schaadde. De rechter heeft geen daadwerkelijke partijdigheid getoond, maar de objectieve schijn daarvan is aanwezig door zijn benoeming door de Raad van Bestuur van BJG.
De wrakingskamer oordeelde dat het wrakingsverzoek tijdig en gegrond was en dat de behandeling van de hoofdzaak door een andere rechter moet worden voortgezet. Dit besluit werd genomen door de wrakingskamer bestaande uit de voorzitter M.W. de Jonge en leden E.M. Visser en P. Molema op 10 december 2014.