Uitspraak
RECHTBANK NOORD-NEDERLAND
[verdachte],
Tenlastelegging
Ontvankelijkheid officier van justitie
Vordering officier van justitie
.
Rechtbank Noord-Nederland
De rechtbank Noord-Nederland behandelde op 9 december 2014 de zaak tegen verdachte die werd verdacht van meerdere inbraken op Ameland en witwassen van goederen. Verdachte was niet verschenen, maar werd vertegenwoordigd door een advocaat. Het openbaar ministerie had verdachte onder meer ten laste gelegd dat zij in juli 2012 meerdere keren inbraken had gepleegd in panden op Ameland en betrokken was bij het witwassen van gestolen goederen.
De verdediging voerde aan dat het openbaar ministerie niet-ontvankelijk moest worden verklaard wegens overschrijding van de redelijke termijn. De rechtbank oordeelde echter dat ondanks de overschrijding geen bijzondere omstandigheden waren die dit rechtvaardigden en dat de redelijke termijnoverschrijding niet tot niet-ontvankelijkheid leidt.
De rechtbank vond onvoldoende wettig en overtuigend bewijs voor de tenlasteleggingen van inbraak en witwassen. Met name kon niet worden vastgesteld dat het gestorte geldbedrag daadwerkelijk afkomstig was van de inbraken. De benadeelde partijen werden niet ontvankelijk verklaard in hun vorderingen omdat het feit niet bewezen was. Verdachte werd daarom vrijgesproken van alle tenlastegelegde feiten.
Uitkomst: Verdachte wordt vrijgesproken van inbraken en witwassen wegens onvoldoende bewijs.