ECLI:NL:RBNNE:2014:6728
Rechtbank Noord-Nederland
- Beschikking
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek tot opheffing schorsing voorwaardelijke invrijheidstelling wegens ontbreken nieuwe feiten
De veroordeelde is bij onherroepelijk vonnis veroordeeld tot een onvoorwaardelijke gevangenisstraf van vier jaar en op 13 mei 2014 voorwaardelijk in vrijheid gesteld. Op 4 november 2014 is de schorsing van zijn voorwaardelijke invrijheidstelling bevolen vanwege verdenking van nieuwe strafbare feiten.
De veroordeelde verzocht de rechtbank om opheffing van deze schorsing. De rechtbank toetste dit verzoek uitsluitend op het criterium of er nieuwe feiten of gewijzigde omstandigheden waren die de opheffing rechtvaardigen. De rechtbank benadrukte dat zij niet toetst aan de rechtmatigheid van de schorsing zelf of aan de vraag of de voorwaardelijke invrijheidstelling kan worden herroepen.
De veroordeelde voerde persoonlijke omstandigheden en de wens tot het volgen van een agressieregulatie training aan, maar deze werden niet als voldoende reden gezien om de schorsing op te heffen. De rechtbank concludeerde dat het verzoek moet worden afgewezen en wees erop dat de behandeling van de herroeping van de voorwaardelijke invrijheidstelling spoedig dient plaats te vinden.
Uitkomst: Het verzoek tot opheffing van de schorsing van de voorwaardelijke invrijheidstelling is afgewezen wegens het ontbreken van nieuwe feiten of gewijzigde omstandigheden.