Uitspraak
RECHTBANK NOORD-NEDERLAND
[naam], wonende te [plaatsnaam],
de Raad van Bestuur van het [verweerster 1], gevestigd te [plaatsnaam], [adres], en
de onderlinge waarborgmaatschappij voor [verweerster 2], gevestigd en kantoorhoudende te [plaatsnaam], [adres],
PROCESGANG
OVERWEGINGEN
verwijt verweerster([A], ktr.)
in heteerste klachtonderdeelonzorgvuldig te hebben gehandeld bij het preoperatief lokaliseren van de tumor door geen gebruik te hebben gemaakt van radiologische lokalisatietechnieken bij de uitgevoerde lumpectomie op 22 november 2005, waardoor de tumor na de operatie bleek niet te zijn weggenomen.
“dat naast het deelgeschil over wezenlijke andere geschilpunten ook nog geen overeenstemming is bereikt, dan is de zaak (nog) niet geschikt voor een deelgeschilprocedure”, aldus pagina 8 van de Nota naar aanleiding van het verslag (TK 2008-2009, 31 518 nr. 8). In de woorden van de toenmalige minister van Justitie:
“Als er zo veel deelgeschil is dat het ook het hele geschil is, dan is de deelgeschilprocedure niet de geëigende weg, maar moet de bodemprocedure worden gevolgd.”(Behandeling van het wetsvoorstel op 25 juni 2009, TK 100-7939.)