ECLI:NL:RBNNE:2014:6747
Rechtbank Noord-Nederland
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Bestuurlijke boete wegens schending inlichtingenplicht WW-uitkering gedeeltelijk vernietigd
Eiser ontving een WW-uitkering na beëindiging van een dienstverband en werkte daarnaast bij meerdere scholen. Verweerder legde een boete op wegens het niet tijdig melden van wijzigingen in de arbeidsituatie, met name het te laat doorgeven van werkzaamheden bij een derde school en het niet melden van voortzetting van werkzaamheden bij een tweede school.
Eiser voerde aan dat hij via de website "Mijn UWV" wijzigingen had doorgegeven, maar dat deze informatie niet zichtbaar was voor verweerder. Ook wees hij op technische problemen met de website en stelde dat verweerder onvoldoende duidelijkheid bood over de meldingsplicht. Verweerder handhaafde de boete, maar stelde deze later op verzoek van de rechtbank vast op een lager bedrag volgens nieuw beleid.
De rechtbank oordeelde dat eiser zijn meldingsplicht niet was nagekomen en dat verweerder terecht een boete oplegde. Echter, vanwege het overgangsrecht en het feit dat de overtreding een voortdurende overtreding betrof die deels vóór de wetswijziging was begaan, werd het hogere boetebedrag niet volledig toegepast. De rechtbank stelde de boete vast op 5% van het benadelingsbedrag over de periode vóór 1 januari 2013 en 50% over de periode daarna, rekening houdend met verminderde verwijtbaarheid.
De rechtbank vernietigde het bestreden besluit, bepaalde dat de uitspraak in de plaats treedt van het vernietigde besluit en beval vergoeding van het betaalde griffierecht.
Uitkomst: De rechtbank vernietigt het bestreden besluit en stelt de boete lager vast conform overgangsrecht en verminderde verwijtbaarheid.