ECLI:NL:RBNNE:2014:6764
Rechtbank Noord-Nederland
- Beschikking
- Rechtspraak.nl
Opheffing bevel tot voorlopige tenuitvoerlegging voorwaardelijke gevangenisstraf wegens overschrijding termijn
De rechtbank Noord-Nederland behandelde op 12 december 2014 het verzoek tot opheffing van het bevel tot voorlopige tenuitvoerlegging van een voorwaardelijk opgelegde gevangenisstraf van twee maanden. Dit bevel was op 4 november 2014 door de rechter-commissaris gegeven vanwege het vermoeden van een nieuw strafbaar feit en het niet naleven van een algemene voorwaarde.
De verdediging stelde dat het openbaar ministerie niet tijdig de vordering tot tenuitvoerlegging bij de rechter had ingediend, waardoor het voorlopige karakter van de vrijheidsbeneming werd aangetast. De rechtbank oordeelde echter dat het begrip 'onverwijld' in artikel 14fa, tweede lid, Wetboek van Strafrecht niet vereist dat de vordering direct bij de rechter wordt ingediend, en dat de behandeling door de rechter binnen 30 dagen moet plaatsvinden.
In deze zaak vond de behandeling pas plaats op 9 januari 2015, terwijl de straftermijn van twee maanden al was verstreken. Dit achtte de rechtbank in strijd met de bedoeling van de wetgever en onwenselijk. Daarom werd het bevel tot voorlopige tenuitvoerlegging opgeheven en werd veroordeelde onmiddellijk in vrijheid gesteld.
Uitkomst: De rechtbank heft het bevel tot voorlopige tenuitvoerlegging op en beveelt onmiddellijke vrijlating van veroordeelde.