ECLI:NL:RBNNE:2014:6824
Rechtbank Noord-Nederland
- Eerste aanleg - meervoudig
- C.H. de Groot
- K. Wentholt
- P.G. Wijtsma
- Rechtspraak.nl
Ongegrond beroep tegen dagloonberekening na wetswijziging per 1 juni 2013
Eiser heeft een WW-uitkering aangevraagd na ontslag bij SHP Bouwbedrijven en aansluitend werk aanvaard bij Inzet Uitzendgroep tegen een lager loon. De dagloonberekening door het UWV is gebaseerd op het loon van de laatste dienstbetrekking, conform de per 1 juni 2013 gewijzigde dagloonregels. Eiser betoogde dat het loondervingsbeginsel en het gelijkheidsbeginsel een hogere dagloonberekening vereisten.
De rechtbank oordeelt dat het loondervingsbeginsel niet in de weg staat aan de toepassing van de nieuwe dagloonregels, omdat deze nauw aansluiten bij het laatstverdiende loon en daarmee een reëel beeld geven van het welvaartsniveau. Ook het beroep op het gelijkheidsbeginsel wordt verworpen, aangezien de wetgever een objectieve rechtvaardiging heeft voor het onderscheid tussen werknemers die direct werk aanvaarden en zij die werkloos blijven.
De rechtbank verwijst naar de Nota van Toelichting bij het Dagloonbesluit, waarin de wetgever bewust heeft gekozen de dagloongarantie alleen toe te passen op werknemers die reeds een WW-uitkering ontvingen. Het beroep wordt ongegrond verklaard en er wordt geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het beroep tegen de dagloonberekening op basis van de gewijzigde regels wordt ongegrond verklaard.