De rechtbank Noord-Nederland behandelde een zaak waarin de verhuurder de huurovereenkomst wilde ontbinden en ontruiming van de woning vorderde wegens het aantreffen van een hennepkwekerij in de gehuurde woning. De huurder, die de woning bewoont met zijn minderjarige dochter met ernstige dyslexie, voerde verweer met een beroep op het belang van zijn dochter en het Internationaal Verdrag ter Bescherming van de Rechten van het Kind (IVRK).
De rechtbank stelde vast dat de huurder in strijd met de huurovereenkomst hennep teelde, hetgeen volgens de algemene voorwaarden een ernstige tekortkoming vormt die ontbinding en ontruiming rechtvaardigt. De persoonlijke omstandigheden van de huurder en zijn dochter, hoewel ernstig, wogen niet zwaarder dan het belang van de verhuurder bij ontbinding en ontruiming. De rechtbank wees ook op het zero tolerance beleid van de verhuurder en het convenant tussen woningcorporaties en politie.
In reconventie werd geoordeeld dat de verhuurder de huurder niet langer dan twee jaar mag uitsluiten van het huren van sociale huurwoningen, en dat de verwerking van persoonsgegevens van de huurder door de verhuurder in strijd is met de Wet bescherming persoonsgegevens (Wbp). De verhuurder werd verboden deze gegevens aan derden te verstrekken en veroordeeld tot een dwangsom bij overtreding. De vorderingen van de huurder in reconventie werden daarmee deels toegewezen.
De kantonrechter veroordeelde de huurder tot ontruiming binnen veertien dagen na betekening en in de proceskosten, terwijl de verhuurder in reconventie in de proceskosten werd veroordeeld. Het vonnis is uitvoerbaar bij voorraad.