Uitspraak
RECHTBANK NOORD-NEDERLAND
[verdachte],
Tenlastelegging
De vordering van de officier van justitie
De voorvragen
Vrijspraak
feit 1 primairniet bewezen dat verdachte hennepplanten of hennepstekjes buiten het grondgebied van Nederland heeft gebracht.
feit 2 primair en subsidiairniet bewezen. De rechtbank acht met name niet bewezen dat er sprake is van een strafbare poging zoals is tenlastegelegd, nu er geen begin van uitvoering was. Er is weliswaar een voor hennepkweek geschikte en ingerichte ruimte aangetroffen, maar geen kweekmateriaal. Verder zijn er geen handelingen door verdachte en/of anderen verricht die naar haar uiterlijke verschijningsvorm moeten worden beschouwd als te zijn gericht op de voltooiing van het delict, in casu het opzettelijk telen, bereiden, bewerken, verwerken of aanwezig hebben van hennepplanten. De rechtbank verwijst in dit verband naar het arrest van de Hoge Raad van 17 november 2009 (ECLI:NL:HR:2009:BJ3566). Nu het gronddelict (primair tenlastegelegd) niet kan worden bewezen, dient verdachte ook van het subsidiair tenlastegelegde -de medeplichtigheid aan dit delict- te worden vrijgesproken.
feit 3 primairniet bewezen dat verdachte als (mede)pleger van het telen, bereiden bewerken of verwerken van hennepplanten kan worden aangemerkt.
Bewijsmotivering
feit 1 subsidiair:
.
feit 3 subsidiair:
Hetgeen de rechtbank bewezen acht
Kwalificaties
Strafbaarheid
Strafmotivering
Toepassing van wetsartikelen
Beslissing van de rechtbank
gevangenisstrafvoor de duur van 309 dagen, waarvan een gedeelte groot 120 dagen voorwaardelijk, met een proeftijd van 3 jaren.
taakstrafbestaande uit 200 uren werkstraf, zijnde het verrichten van onbetaalde arbeid met bevel dat, voor het geval de verdachte deze werkstraf niet naar behoren verricht, vervangende hechtenis voor de duur van 100 dagen zal worden toegepast.