ECLI:NL:RBNNE:2015:1096
Rechtbank Noord-Nederland
- Op tegenspraak
- Rechtspraak.nl
Veroordeling voor sociale zekerheidsfraude door nalaten gegevensverstrekking en onjuiste opgave inkomsten
De rechtbank Noord-Nederland heeft op 20 februari 2015 uitspraak gedaan in een zaak tegen verdachte die werd verdacht van sociale zekerheidsfraude. Verdachte had in de periode van november 2008 tot en met september 2013 inkomsten uit escortwerk en handel in auto's en goederen niet opgegeven aan de sociale dienst, waardoor zij ten onrechte een hogere WWB-uitkering ontving.
De rechtbank achtte bewezen dat verdachte samen met haar partner inkomsten had genoten uit deze werkzaamheden en dat zij opzettelijk de benodigde gegevens niet tijdig had verstrekt, in strijd met artikel 17 van Pro de Wet werk en bijstand. Het bruto benadelingsbedrag bedroeg ruim €90.000, wat vervolging rechtvaardigde ondanks het verweer van de raadsman dat het feitelijk nadeel lager was.
De rechtbank verwierp het verweer van niet-ontvankelijkheid en achtte verdachte strafbaar zonder strafuitsluitingsgronden. Gelet op de ernst van het feit, de persoon van verdachte en haar zorg voor minderjarige kinderen, legde de rechtbank een taakstraf van 180 uur op, zonder voorwaardelijke gevangenisstraf. Vervangende hechtenis van 90 dagen is opgelegd voor het geval de taakstraf niet wordt uitgevoerd.
De rechtbank sprak verdachte vrij van overige ten laste gelegde feiten die niet bewezen konden worden. Het vonnis werd gewezen door de meervoudige kamer, waarbij een van de rechters niet kon ondertekenen.
Uitkomst: Verdachte is veroordeeld tot 180 uur taakstraf wegens sociale zekerheidsfraude door het opzettelijk niet verstrekken van gegevens en onjuiste opgave van inkomsten.