ECLI:NL:RBNNE:2015:1159
Rechtbank Noord-Nederland
- Op tegenspraak
- J. Jukema-Teertstra
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid bezwaar tegen brief BJZ inzake mandatering voogdij uitvoering
De moeder van minderjarige kinderen stelde bezwaar in tegen een brief van BJZ waarin werd bevestigd dat het mandaat voor de uitoefening van de voogdij bij LJ&R blijft. BJZ had eerder op grond van een mandaatbesluit uit 2013 aan LJ&R het mandaat verleend voor de uitvoering van de voogdij. De rechtbank oordeelde dat de brief van 26 februari 2014 geen besluit is en derhalve niet vatbaar voor bezwaar.
De rechtbank stelde vast dat het mandaatbesluit rechtsgeldig is en dat de uitoefening van de voogdij al voortvloeit uit dat besluit. De moeder voerde aan dat BJZ opnieuw had moeten besluiten over mandatering vanwege haar verstoorde relatie met LJ&R, maar de rechtbank verwierp dit standpunt. Ook werd overwogen dat de moeder geen procesbelang verloor ondanks dat LJ&R per 1 januari 2015 een gecertificeerde instelling werd.
De rechtbank vernietigde het bestreden besluit en verklaarde het bezwaar niet-ontvankelijk. Tevens werden de proceskosten aan BJZ opgelegd. De uitspraak trad in de plaats van het vernietigde besluit en kan binnen zes weken worden aangevochten bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.
Uitkomst: Het bezwaar van eiseres tegen de brief van BJZ is niet-ontvankelijk verklaard omdat de brief geen besluit met rechtsgevolg is.