De rechtbank Noord-Nederland heeft op 12 maart 2015 uitspraak gedaan in een zaak tegen verdachte die zich schuldig maakte aan uitkeringsfraude over de periode van 1 juli 2009 tot en met 11 maart 2014. Verdachte heeft opzettelijk nagelaten om tijdig gegevens te verstrekken aan de gemeente Veendam, waardoor zij ten onrechte een WWB-uitkering ontving. Dit betrof het niet melden van inkomsten uit handel via internet en het verzamelen van oud ijzer, alsmede het niet melden van vermogenswijzigingen door giften van auto-onderdelen.
De rechtbank baseerde haar oordeel op de bekennende verklaring van verdachte, het proces-verbaal van aangifte en verklaringen van derden. Het bewezen verklaarde feit is strafbaar en verdachte is niet vrijgesteld van strafbaarheid. De rechtbank hield rekening met de ernst van de fraude, de duur van bijna vijf jaar, het benadelingsbedrag van € 84.210,47 en het eerdere strafblad van verdachte wegens soortgelijke feiten.
Hoewel de officier van justitie een onvoorwaardelijke gevangenisstraf van 9 maanden vorderde, hield de rechtbank rekening met persoonlijke omstandigheden zoals financiële problemen, het hebben van twee thuiswonende kinderen en een positieve gedragsverandering. Daarom werd een deels voorwaardelijke gevangenisstraf van 6 maanden opgelegd, waarvan 4 maanden voorwaardelijk met een proeftijd van 3 jaar, gecombineerd met een taakstraf van 240 uur. Bij niet-naleving geldt vervangende hechtenis van 120 dagen.