Uitspraak
RECHTBANK NOORD-NEDERLAND
uitspraak van de meervoudige belastingkamer van 26 maart 2015 in de zaak tussen
[eiseres], te [vestigingsplaats], eiseres
de inspecteur van de Belastingdienst/kantoor Groningen, verweerder
Procesverloop
Overwegingen
“
Naast de naheffingsaanslag omzetbelasting over de jaren 2008 en 2009 ben ik voornemens om ook een vergrijpboete van 25% op te leggen. De boete wordt opgelegd om de volgende redenen.Door de B.V. is over het jaar 2008 omzetbelasting teruggevraagd die betrekking had op de jaren voor 2008. Ondanks dat de adviseur had aangegeven dat dit niet mogelijk was heeft belastingplichtige volhard in het doen van deze aangifte. De te verrekenen omzetbelasting had alleen maar betrekking op uitgaven die een zakelijk karakter ontbeerden. Alle uitgaven hadden een persoonlijk karakter. Op grond hiervan kan geen aftrek worden verleend. De gevraagde aftrek is in strijd met de wet op de omzetbelasting.Ik ben van mening dat belastingplichtige op zijn minst erg onzorgvuldig heeft gehandeld door het advies van de adviseur te negeren en door de omzetbelasting te verrekenen zonder dat daarop recht bestond.Er is sprake van minimaal grove schuld zoals bedoeld bij artikel 67F van de Algemene Wet Rijksbelastingen ( AWR ) en bij paragraaf 25 en 28 Besluit Bestuurlijke Boeten Belastingdienst 1998 ( BBBB 1998 )Recapitulatie: Boete 25% over alle correcties.”.
Eiseres heeft hiertegen in gebracht, dat de factuur gesteld is op naam van de bestuurder van het bedrijf en er geen misverstanden bestaan over de afnemer.
Loods
Kleine aanschaffingen
Proceskostenvergoeding
Beslissing
- verklaart het beroep tegen de naheffingsaanslag ongegrond;
- verklaart het beroep tegen de boetebeschikking ongegrond;