Uitspraak
RECHTBANK NOORD-NEDERLAND
uitspraak van de meervoudige belastingkamer van 26 maart 2015 in de zaak tussen
erven van [x], te [plaats], eisers
de inspecteur van de Belastingdienst/kantoor Groningen, verweerder
Procesverloop
Overwegingen
“
In het kader van het boekenonderzoek bij u betreffende de aangiften:- Inkomstenbelasting/premie volksverzekeringen over de jaren 2007 tot en met 2009;- Loonheffingen over de periode 2007 tot en met 2009;- Omzetbelasting over de periode 2007 tot en met 2009;is gebleken dat u zich op onderdelen niet gehouden hebt aan de administratieplicht. De bepalingen op dit gebied vindt u terug in artikel 52 van Pro de Algemene wet inzake rijksbelastingen. (hierna: AWR) Deze bepalingen bevatten kwaliteitseisen welke aan een administratie gesteld worden ten behoeve van de belastingheffing.”.
Het zesde lid van artikel 52 van Pro de AWR bepaalt dat de administratie zodanig dient te zijn ingericht en te worden gevoerd en dat de gegevensdragers zodanig dienen te worden bewaard, dat controle daarvan door de inspecteur binnen een redelijke termijn mogelijk is. Daartoe verleent de administratieplichtige de benodigde medewerking met inbegrip van het verschaffen van het benodigde inzicht in de opzet en de werking van de administratie.
De rechtbank overweegt dat verweerder, tegenover de gemotiveerde betwisting door [x], niet aannemelijk heeft gemaakt dat in de periode 2007 – 2009 sprake is geweest van negatieve kassen. Verweerder heeft niet aannemelijk gemaakt dat er zich in de opstelling, zoals opgenomen in het kasregister en de kaslijsten, negatieve kassen voordoen. Deze negatieve kassen zijn slechts te vinden in de door verweerder achteraf gereconstrueerde kasopstelling, waarin hij met name kasopnames op andere data boekt dan de data die uit de primaire, dagelijks bijgehouden, administratie van [x] volgen. Naar het oordeel van de rechtbank heeft [x] bovendien voldoende aannemelijk gemaakt dat de met Tipp-Ex weggelakte bedragen niet als een gebrek in de administratie moeten worden beschouwd, maar als het herstellen van een vergissing. De rechtbank is verder van oordeel dat door [x] de stellingen van verweerder met betrekking tot het niet op de juiste data verwerken van bankbetalingen en het aanmerken van bankstortingen als betaling voor softdrugs voldoende gemotiveerd zijn weersproken, waarbij deze verklaringen de rechtbank bovendien aannemelijk voor komen.
Stash
Ten aanzien van de transportkosten van [x] heeft zijn gemachtigde ter zitting verklaard dat het een grillig reispatroon betreft om de identiteit van zijn leverancier en de locatie van de door die leverancier aangehouden stash in verband met mogelijke vervolging niet prijs te geven en het inkooptraject te versluieren. Gezien de aard van en de omstandigheden binnen de softdrugsbranche acht de rechtbank die verklaring geloofwaardig. Dit geldt, bezien in het licht van het risico van ontdekking en vervolging, ook voor de verklaring van [x] met betrekking tot de inkopen van gripzakjes (zie 8.).
Brutowinstpercentages en vermogensvergelijking
Conclusie