ECLI:NL:RBNNE:2015:1840
Rechtbank Noord-Nederland
- Op tegenspraak
- Rechtspraak.nl
Vrijspraak wegens ontbreken voldoende bewijs voor betrokkenheid bij fatale inbraak met poging diefstal
De rechtbank Noord-Nederland behandelde op 17 april 2015 de zaak tegen verdachte die werd verdacht van betrokkenheid bij een poging tot diefstal met geweld in een woning te Emmen, waarbij het slachtoffer door een schot in het hoofd om het leven kwam.
De officier van justitie stelde dat medeplegen van poging tot diefstal met geweld bewezen kon worden op basis van verklaringen en telefoongegevens, terwijl de verdediging betoogde dat cruciale getuigenverklaringen niet betrouwbaar waren en dat verdachte niet effectief kon worden ondervraagd, wat een schending van artikel 6 EVRM Pro zou betekenen.
De rechtbank oordeelde dat de verklaring van de medeverdachte, die als 'sole and decisive evidence' gold voor de aanwezigheid van verdachte in de woning, moest worden uitgesloten omdat de verdediging hem niet kon ondervragen. Zonder aanvullend bewijs kon de aanwezigheid van verdachte niet worden vastgesteld, waardoor verdachte werd vrijgesproken van alle tenlasteleggingen.
De vordering van de benadeelde partij tot schadevergoeding werd niet-ontvankelijk verklaard omdat het ten laste gelegde feit niet bewezen was. De benadeelde partij kan haar vordering bij de burgerlijke rechter indienen.
Uitkomst: Verdachte wordt vrijgesproken wegens onvoldoende bewijs voor betrokkenheid bij poging diefstal met geweld die leidde tot de dood van het slachtoffer.