ECLI:NL:RBNNE:2015:2051

Rechtbank Noord-Nederland

Datum uitspraak
21 april 2015
Publicatiedatum
24 april 2015
Zaaknummer
2306350 \ CV EXPL 13-10633
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Civiel recht
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Op tegenspraak
Rechters
  • R.Tj. Terpstra
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 6:136 BWArtikel 40 Besluit vergoeding rechtsbijstand
Verwijzingen
1 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Betaling commissievergoeding en proceskosten na beëindiging agentuurovereenkomst

Eiser vordert betaling van commissievergoedingen van Marnico naar aanleiding van verkopen tot 16 juli 2012 binnen een agentuurovereenkomst die is beëindigd. Marnico betwist de hoogte van de vordering en stelt een tegenvordering, welke niet is meegenomen vanwege onvoldoende onderbouwing.

De kantonrechter beoordeelt de stukken en wijst de gevorderde commissies toe tot een bedrag van €8.216,63, inclusief een deel van €4.148,21 dat reeds was vastgesteld. Vermeerdering van de eis wordt afgewezen wegens procedurele redenen. Tevens wordt geen aanvullende beëindigingsvergoeding toegekend gezien de korte duur en het doel van de samenwerking.

De buitengerechtelijke kosten worden niet toegewezen omdat eiser procedeert met toevoeging. Marnico wordt veroordeeld in de proceskosten, waarbij 75% van de explootkosten aan de griffier wordt voldaan en de rest aan eiser. Het vonnis is uitvoerbaar bij voorraad.

Uitkomst: Marnico wordt veroordeeld tot betaling van €8.216,63 aan commissievergoeding en proceskosten.

Uitspraak

RECHTBANK NOORD-NEDERLAND

Afdeling Privaatrecht
Locatie Groningen
zaak-/rolnummer: 2306350 \ CV EXPL 13-10633
vonnis van de kantonrechter van 21 april 2015
inzake

[eiser],

wonende te [adres],
eiser,
gemachtigde: mr. Y. Schippers, advocaat te Groningen (Oude Boteringestraat 75, 9712 GG),
tegen
De vennootschap naar buitenlands recht
BVBA MARNICO,
gevestigd te [adres],
gedaagde,
gemachtigde: mr. R. Timmermans, advocaat te Leuven, België (3010 Martelarenlaan 139 bus 19).
Partijen zullen hierna [eiser] en Marnico worden genoemd.

Procesverloop

1. Na het tussenvonnis van 4 november 2014 heeft Marnico een akte met producties genomen. Op die akte heeft [eiser] gereageerd met een akte uitlating, eveneens met producties. Vervolgens is (opnieuw) vonnis bepaald op grond van de stukken, van welke de inhoud als hier herhaald en ingelast geldt.

Motivering

De (verdere) beoordeling van het geschil
2.1.
De kantonrechter blijft bij wat hij heeft overwogen en beslist in het tussenvonnis.
2.2.
Marnico heeft geen tegenvordering ingesteld tegelijk met haar conclusie van antwoord. De eventueel verrekenbare tegenvordering die Marnico (opnieuw in haar laatste akte) beweert te hebben op [eiser], is niet op eenvoudige wijze vast te stellen en brengt de kantonrechter daarom niet in mindering (art. 6:136 BW Pro). Marnico kan die door haar beweerde vordering op [eiser] in een afzonderlijke procedure aan de orde stellen.
2.3.
In het tussenvonnis heeft de kantonrechter partijen, Marnico eerst, gevraagd duidelijk te maken op welke provisie [eiser] (nog) recht heeft (gehad), op grond van verkopen door hem aan derden tot 16 juli 2012.
Marnico verwijst in haar akte naar een berekening van haar boekhouder die ontbreekt. Wel worden een aantal facturen, specificaties en onbenoemde stukken overgelegd. Het is niet het werk van de kantonrechter om aan de hand van die facturen, specificaties en onbenoemde stukken tot een opstelling te komen van door Marnico aan [eiser] verschuldigde commissie. Bij de stapel stukken zitten echter ook de facturen 15, 16, 17 en 19, over welke [eiser] commissie claimt van Marnico.
De kantonrechter zal daarom de vordering op dit punt, ten belope van € 4.148,21, toewijzen.
2.4.
In de dagvaarding onder 3 en 14 heeft [eiser] aangegeven dat hij geen commissiefacturen heeft kunnen opmaken voor wat betreft de verkopen aan Zijerveld en Jumbo, omdat Marnico daarvoor de gegevens niet verstrekt. In de conclusie van antwoord (door Marnico genoemd verweerschrift) wordt hier niet op in gegaan. Op grond van de in de conclusie van repliek onder 13 verstrekte gegevens kan een commissievordering van [eiser] worden berekend tot 16 juli 2012 van € 8.216,63, opgebouwd als volgt: € 4.148,21 tot en met mei 2012, € 2.712,28 voor juni 2012 en € 1.356,14 voor de periode 1 tot 16 juli 2012. In het totaalbedrag van € 8.216,63 zit dan begrepen het in rechtsoverweging 2.3. bedoelde deel. Bij de conclusie van dupliek en met haar laatste akte heeft Marnico deze gegevens waarop de berekening is gebaseerd niet gemotiveerd weersproken.
De kantonrechter zal ook het meerdere tot € 8.216,63 toewijzen, een bedrag van € 4.068,42.
2.5.
[eiser] becijfert in zijn laatste akte een commissievordering van totaal € 10.689,49. [eiser] vermeerdert zijn eis echter niet. De kantonrechter overweegt verder dat een eisvermeerdering zou zijn geweigerd in dit stadium van de procedure. Het meerdere boven € 8.216,63 zal daarom worden afgewezen.
2.6.
Gelet op wat de kantonrechter in het tussenvonnis al heeft overwogen en beslist - de korte duur van de samenwerking en het doel daarvan, namelijk het ontgaan van het concurrentiebeding - ziet de kantonrechter onvoldoende reden [eiser] meer vergoedingen toe te kennen vanwege de door beide partijen bedoelde reden voor, en mede daaruit voortvloeiende beëindiging van, de samenwerking.
2.7.
Voor toewijzing van de gevorderde buitengerechtelijke kosten is geen plaats nu [eiser] procedeert op basis van een door de Raad voor de Rechtsbijstand afgegeven toevoeging, welke toevoeging mede de in het incassotraject verrichte werkzaamheden omvat.
2.8
Marnico zal, als de grotendeels in het ongelijk gestelde partij, worden veroordeeld in de proceskosten. Omdat [eiser] met een toevoeging procedeert, zal de kantonrechter bepalen dat 75% van de zuivere explootkosten (artikel 40 Besluit Pro vergoeding rechtsbijstand) aan de griffier moet worden voldaan. De overige kosten moeten aan [eiser] worden betaald.

Beslissing

De kantonrechter:
veroordeelt Marnico tot betaling aan [eiser] van € 8.216,63 te vermeerderen met de wettelijke handelsrente over € 4.148,21 vanaf 1 juni 2012, over € 2.712,28 vanaf 1 juli 2012 en over € 1.356,14 vanaf 17 juli 2012, en steeds tot de volledige betaling van het verschuldigde;
veroordeelt Marnico in de kosten van deze procedure, die aan de zijde van [eiser] tot aan deze uitspraak worden vastgesteld op in totaal € 2.267,82, waarvan te voldoen aan de griffier van dit gerecht € 69,62 aan door de griffier betaalde explootkosten en te voldoen aan [eiser] € 75,00 aan griffierecht, € 23,20 aan resterende explootkosten en € 2.100,00 aan salaris van de gemachtigde;
verklaart dit vonnis tot zover uitvoerbaar bij voorraad;
wijst af het meer of anders gevorderde.
Aldus gewezen door mr. R.Tj. Terpstra, kantonrechter, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 21 april 2015 in tegenwoordigheid van de griffier.
c RTjT