ECLI:NL:RBNNE:2015:2077
Rechtbank Noord-Nederland
- Beschikking
- L.M.E. Kiezebrink
- F.J. Agema
- D.M. Schuiling
- Rechtspraak.nl
Beslissing over teruggave van gevonden geldbedrag na opheffing beslag
In oktober 2013 vond klager tijdens graafwerkzaamheden een glazen pot met daarin €51.160. Hij meldde dit direct bij de politie, die daarop beslag legde op het geld. Klager verzocht om opheffing van het beslag en teruggave van het geld, dan wel uitkering van vindersloon. Het openbaar ministerie stelde dat het geld vermoedelijk van criminele herkomst was en wilde het beslag handhaven.
De rechtbank beoordeelde of het belang van strafvordering het voortduren van het beslag rechtvaardigde. Na onderzoek bleek dat ondanks advertenties geen rechthebbende was gevonden en er geen lopend strafrechtelijk onderzoek was. Het OM voerde aan dat het geld mogelijk uit een witwasconstructie afkomstig was, maar dit werd door de rechtbank niet gevolgd.
De rechtbank concludeerde dat het belang van strafvordering niet langer bestond en dat klager als beslagene het geld mocht ontvangen. Er was geen reden om het geld voor een onbekende derde te bewaren. De rechtbank verklaarde het klaagschrift gegrond en gelastte de teruggave van het geldbedrag aan klager.
Uitkomst: Het beslag op het geldbedrag van €51.160 wordt opgeheven en het geld wordt aan klager teruggegeven.