ECLI:NL:RBNNE:2015:2390
Rechtbank Noord-Nederland
- Beschikking
- L.M.E. Kiezebrink
- D.M. Schuiling
- M.J.B. Holsink
- Rechtspraak.nl
Toekenning schadevergoeding na beëindiging strafzaak zonder strafoplegging
Verzoeker diende een verzoek in tot schadevergoeding wegens ondergane inverzekeringstelling en voorlopige hechtenis in een strafzaak die zonder oplegging van straf of maatregel eindigde. De oorspronkelijke dagvaarding omvatte twee feiten; voor het ene feit werd verzoeker veroordeeld, voor het andere feit werd het bezwaarschrift tegen de dagvaarding gegrond verklaard. De rechtbank beschouwde deze beslissing als een feitelijke splitsing van de zaak, waardoor het verzoek betrekking had op een zaak die zonder strafoplegging was geëindigd.
De rechtbank nam kennis van het verzoekschrift, het strafdossier en hoorde de officier van justitie en de raadsman van verzoeker. De officier van justitie verzette zich niet tegen toekenning van de schadevergoeding. De rechtbank overwoog dat de voorlopige hechtenis van verzoeker duurde van 3 tot 17 september 2014, en dat op grond van artikel 89 Wetboek Pro van Strafvordering en billijkheid een forfaitaire vergoeding van €105 per dag detentie in beperkingen toekomt.
De rechtbank kende verzoeker een vergoeding toe van €1.470,00 voor 14 dagen voorlopige hechtenis. De beslissing werd op 13 mei 2015 in het openbaar uitgesproken door de meervoudige raadkamer van de rechtbank Noord-Nederland, locatie Groningen.
Uitkomst: Verzoeker krijgt een schadevergoeding van €1.470 toegekend voor de periode van voorlopige hechtenis.