Uitspraak
RECHTBANK NOORD-NEDERLAND
1.De procedure
2.De feiten
3.Het geschil
in conventie en reconventie
4.De beoordeling
€ 100,08
€ 1.351,02
€ 962,56
€ 2.989,00
Rechtbank Noord-Nederland
Partijen zijn in 1977 gehuwd en in 2006 gescheiden, waarbij geen afspraken zijn gemaakt over de verevening van pensioenrechten. De eiser, voormalig aandeelhouder van een BV, vordert medewerking aan de verevening van pensioenrechten opgebouwd bij het pensioenfonds van de gedaagde en betaling van het aan hem toekomende deel. De gedaagde vordert onder meer inzage in financiële stukken van de BV en betaling van bedragen gerelateerd aan pensioenopbouw en reserves.
De rechtbank stelt vast dat de gedaagde de gevraagde pensioeninformatie heeft verstrekt en wijst de vordering tot aanvullende opgave af. Het beroep van rechtsverwerking door de gedaagde wordt verworpen omdat alleen tijdsverloop onvoldoende is. De rechtbank berekent het aan de eiser toekomende pensioenbedrag, inclusief indexering, en wijst de vorderingen tot betaling toe.
De vorderingen van de gedaagde over pensioenopbouw in eigen beheer en overige reserves worden afgewezen wegens onvoldoende onderbouwing en bewijs. De rechtbank compenseert de proceskosten tussen partijen. Het vonnis veroordeelt de gedaagde tot medewerking aan verevening en betaling van het pensioenbedrag aan de eiser, met terugwerkende kracht vanaf 1 januari 2011.
Uitkomst: De rechtbank veroordeelt de gedaagde tot medewerking aan de verevening van pensioenrechten en betaling van het aan de eiser toekomende pensioenbedrag met terugwerkende kracht.