ECLI:NL:RBNNE:2015:2588
Rechtbank Noord-Nederland
- Kort geding
- Rechtspraak.nl
Afwijzing vordering tot verwijdering van camera’s in burenruzie over privacy en beveiliging
In deze zaak vordert eiseres, woonachtig naast gedaagde, dat gedaagde zijn camera’s verwijdert die zij als een ernstige inbreuk op haar privacy ervaart. Gedaagde heeft zes camera’s aan zijn woonwagen laten plaatsen ter beveiliging van zijn eigendommen en familie. Eiseres stelt dat de camera’s roterend en bestuurbaar zijn en gericht op haar perceel, waardoor zij en haar familie stelselmatig ongezien worden geobserveerd.
Gedaagde betwist dit en voert aan dat de camera’s gefixeerd zijn, niet roteren, en niet op het perceel van eiseres zijn gericht. De installateur bevestigt dat de camera’s niet bestuurbaar zijn door gedaagde en alleen een beperkt zicht bieden op het perceel van eiseres. De voorzieningenrechter oordeelt dat eiseres onvoldoende heeft gesteld en niet aannemelijk is gemaakt dat sprake is van een ernstige inbreuk op haar persoonlijke levenssfeer.
De belangenafweging leidt tot het oordeel dat het beperkte zicht op het perceel van eiseres niet opweegt tegen het gerechtvaardigde belang van gedaagde om zijn eigendommen te beveiligen. De vordering tot verwijdering van de camera’s wordt daarom afgewezen en eiseres wordt veroordeeld in de proceskosten.
Uitkomst: De vordering tot verwijdering van de camera’s wordt afgewezen wegens onvoldoende aannemelijkheid van ernstige privacy-inbreuk.