ECLI:NL:RBNNE:2015:2675

Rechtbank Noord-Nederland

Datum uitspraak
3 juni 2015
Publicatiedatum
4 juni 2015
Zaaknummer
C/17/14182 / KG ZA 15-128
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Civiel recht
Uitkomst
Niet-ontvankelijk
Procedures
  • Kort geding
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 245 Rv
Verwijzingen
2 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Niet-ontvankelijkheid wegens ontbreken volmacht aan advocaat in kort geding ontruiming

In deze kortgedingprocedure vordert eiser, vertegenwoordigd door advocaat Thiescheffer, een verbod op de tenuitvoerlegging van een aangekondigde ontruiming. Tijdens de zitting stelt de rechtbank vast dat Thiescheffer niet beschikt over een geldige volmacht van eiser, aangezien de opdracht tot procederen niet rechtstreeks van eiser kwam maar van diens hulpverleners, terwijl eiser zelf niet op de hoogte is gesteld en niet aanwezig was.

De voorzieningenrechter concludeert dat onvoldoende aannemelijk is dat Thiescheffer bevoegd is om namens eiser op te treden, waardoor eiser niet ontvankelijk wordt verklaard in de procedure. Hierdoor komt de rechtbank niet toe aan een inhoudelijke beoordeling van de vordering.

Omdat eiser niet rechtsgeldig is verschenen, overweegt de rechtbank op grond van artikel 245 Rv Pro de advocaat in de kosten te veroordelen. Voordat hierover wordt beslist, krijgt de advocaat de gelegenheid om schriftelijk zijn standpunt toe te lichten. De zaak wordt aangehouden tot de rolzitting van 10 juni 2015.

Uitkomst: Eiser wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens ontbreken van een geldige volmacht aan zijn advocaat.

Uitspraak

vonnis

RECHTBANK NOORD-NEDERLAND

Afdeling privaatrecht
Zittingsplaats Leeuwarden
zaaknummer / rolnummer: C/17/141862 / KG ZA 15-128
Vonnis in kort geding van 3 juni 2015
in de zaak van
[xxxxx],
wonende te Menaldum,
eiser,
procederende met toevoeging,
advocaat mr. H.L. Thiescheffer te Leeuwarden,
tegen
de stichting
HABION,
gevestigd te Houten,
gedaagde,
advocaat mr. Glas te Leeuwarden.
Partijen zullen hierna [xx] en Thiescheffer en Habion genoemd worden.

1.De procedure

1.1.
Thiescheffer heeft een dagvaarding in kort geding d.d. 22 mei 2015 inclusief producties bij deze rechtbank aangebracht. In de dagvaarding vordert Thiescheffer een verbod op, althans schorsing van, de tenuitvoerlegging van een [xx] tegen 28 mei 2015 aangezegde ontruiming, op straffe van een dwangsom.
1.2.
De mondelinge behandeling, ter gelegenheid waarvan Habion een productie in het geding heeft gebracht, heeft plaatsgevonden op 26 mei 2015. Ter zitting waren aan de zijde van de eisende partij aanwezig Thiescheffer, mevrouw [xxxxxxx] van de stichting Landelijke Instelling voor Maatschappelijke Ondersteuning en Rehabilitatie (Limor) en de heer [xxx] van Rapport Drachten als beoogd bewindvoerder. Aan de zijde van gedaagde was aanwezig de heer [xxxx] van Hoekstra Vastgoedbeheer, bijgestaan door mr. Glas. Van het behandelde ter zitting zijn aantekeningen gemaakt.
1.3.
Ten slotte is vonnis bepaald.

2.Motivering

2.1.
Ter zitting heeft Thiescheffer gesteld dat hij kort voor de zitting weliswaar een schikking heeft bereikt met Habion maar dat geen van de aanwezigen aan de zijde van eiser bevoegd is een vaststellingsovereenkomst ter zake te ondertekenen. Voorts heeft Thiescheffer desgevraagd verklaard tot op heden nimmer contact te hebben gehad met [xx], omdat deze niet aanspreekbaar was. De opdracht om als belangenbehartiger van [xx] op te treden heeft Thiescheffer niet van [xx] maar van (het netwerk van) hulpverleners gekregen en [xx] is niet door hem op de hoogte gebracht van de inhoud van de onderhavige dagvaarding.
Op grond van de processtukken en van hetgeen ter zitting naar voren is gebracht, is niet gebleken van een volmacht aan een van de hulpverleners of de beoogd bewindvoerder waaruit blijkt dat hij of zij bevoegd was om namens [xx] de opdracht aan Thiescheffer te geven tot het starten van de onderhavige kort geding procedure.
2.2.
Gelet op het vorenstaande stelt de voorzieningenrechter vast dat Thiescheffer zonder (deugdelijke) opdracht voor [xx] optreedt. Sterker nog, niet uitgesloten kan worden dat [xx] niet op de hoogte is van de onderhavige procedure, temeer nu [xx] niet ter zitting is verschenen. De voorzieningenrechter is dan ook van oordeel dat onvoldoende aannemelijk is geworden dat Thiescheffer bevoegd was om namens [xx] de onderhavige procedure in te stellen, zodat [xx] niet ontvankelijk is in de op zijn naam ingestelde procedure in kort geding. Aan een inhoudelijke beoordeling van de zaak wordt derhalve niet toegekomen.
2.3.
Nu [xx] niet rechtsgeldig in dit geding is verschenen bestaat aanleiding om niet [xx] als de in het ongelijk te stellen partij, doch op de voet van artikel 245 Wetboek Pro van Burgerlijke Rechtsvordering (Rv) de advocaat, zijnde Thiescheffer, in de kosten te veroordelen. Nu - bij gebreke van enige concrete feitelijke informatie ter zake - niet is gebleken van (deugdelijke) opdrachtverlening aan Thiescheffer door derden, is de voorzieningenrechter voornemens om Thiescheffer in de kosten van dit geding te veroordelen. Alvorens aldus te beslissen zal de voorzieningenrechter Thiescheffer ingevolge artikel 245 lid 2 Rv Pro in de gelegenheid stellen zijn standpunt aangaande dit voornemen schriftelijk naar voren te brengen en toe te lichten.

3.De beslissing

De voorzieningenrechter,
3.1.
verklaart [xx] niet ontvankelijk;
3.2.
verwijst de zaak naar de rol van woensdag 10 juni 2015 voor het nemen van een akte door Thiescheffer waarin hij zich kan uitlaten over het voornemen van de rechtbank om over te gaan tot toepassing van artikel 245 RV Pro en hem te veroordelen in de kosten van de procedure;
3.3.
houdt iedere verdere beslissing aan.
Dit vonnis is gewezen door mr. J.E. Biesma en in het openbaar uitgesproken op 3 juni 2015. [1]

Voetnoten

1.type: 680