Uitspraak
RECHTBANK NOORD-NEDERLAND
1.De procedure
- het vonnis van 12 december 2012 van de toenmalige rechtbank Leeuwarden (sector civiel recht) in het door de gemeente opgeworpen incident ex artikel 223 Rv Pro;
- de conclusie van repliek in conventie, tevens aanvulling van eis in conventie en de conclusie van antwoord in reconventie van Ludinga Vastgoed;
- de conclusie van dupliek in conventie en de conclusie van repliek in reconventie, tevens wijziging van eis in reconventie van de gemeente;
- de conclusie van dupliek in reconventie van Ludinga Vastgoed;
- de op 8 oktober 2014 door partijen gevoerde pleidooien en de ter gelegenheid daarvan overgelegde stukken;
- de akte uitlating na pleidooi, tevens vermindering van eis in reconventie van de gemeente;
- de antwoordakte na pleidooi van Ludinga Vastgoed.
2.De feiten in conventie en in reconventie
Artikel 6de zin
"gemeente zal met de middelen die haar ter beschikking staan, voorkomen dat er strijdigheden c.q. markttechnische conflicten ontstaan tussen de ontwikkeling van Ludinga en eventuele andere ontwikkelingen binnen de grenzen van de gemeente"komt in zijn geheel te vervallen.
Achtergrond
Ludinga Vastgoed B.V.
gemeente
Openbaar gebied
om niette worden (op)geleverd aan de gemeente, met inachtneming van de in betreffende bestekken en voorwaarden beschreven bepalingen terzake van zulke oplevering. Tot aan zulke oplevering is elke fase van het openbaar gebied ten laste van en voor rekening en risico van de grondexploitatie. Vanaf bedoelde oplevering van een fase van het openbaar gebied aan de gemeente, komt de betreffende opgeleverde fase voor rekening en risico van de gemeente. De gemeente neemt, na akkoord bevinden van de verrichte werkzaamheden (uitgevoerd conform het bestek), de openbare gebieden in eigendom casu quo beheer (….).
Begin en einde grondexploitatie
Bepalingen
9. Versnelde ontwikkeling (vervolg)fase Ludinga een en ander in relatie tot andere planontwikkeling
3.De vorderingen in conventie en in reconventie
onderhoudvan het openbaar gebied:
woonrijp makenvan het openbare gebied:
4.Het geschil en de beoordeling daarvan in conventie en in reconventie
"Qua contingentering zal de gemeente in haar beleid aansluiten op de ontwikkeling van Ludinga, zij zal met de middelen die haar ter beschikking staan, voorkomen dat er strijdigheden c.q. markttechnische conflicten ontstaan tussen de ontwikkeling van Ludinga en eventuele andere ontwikkelingen binnen de grenzen van de gemeente Harlingen."uit twee afzonderlijke onderwerpen bestaat. Enerzijds ziet deze zin op de (destijds geldende, door de provincie en gemeenten gehanteerde) contingenteringsregeling voor woningbouw en anderzijds heeft deze zin betrekking op het voorkomen van met het plan Ludinga strijdige ontwikkelingen. Beide aspecten beogen concurrerende ontwikkelingen tegen te gaan, maar er bestaat geen onlosmakelijk verband tussen. De gemeente dient beide verplichtingen na te komen, hetgeen zij - aldus nog steeds Ludinga Vastgoed - ten aanzien van de contingentering ook heeft gedaan, maar ten aanzien van het andere aspect niet. De gemeente heeft betwist dat de hiervoor bedoelde zin twee afzonderlijke afspraken behelst. Volgens de gemeente ging het ten tijde van de contractsonderhandelingen uitsluitend om het toekennen van contingenten aan Ludinga Vastgoed. Destijds gold zowel voor in- als uitbreiding een contingenteringsregeling. Voor het plan was een groot aantal contingenten nodig en de gemeente heeft zich daarom verbonden tot het toewijzen van vele contingenten aan Ludinga Vastgoed. De afspraak zoals die in 2004 in de overeenkomst is neergelegd blijkt ook uit de omstandigheid dat in artikel 6 een Pro regeling is opgenomen over een evaluatie van (onder meer) de woningbouwproductie en over een uitwisseling van contingenten indien uit de evaluatie zou blijken dat de woningbouwproductie in het plan Ludinga niet voorziet in het beoogde aantal woningen. Daarnaast blijkt uit de aanvullend gemaakte afspraak inzake de zuidoostelijke ontwikkeling van het plan Ludinga dat de gemeente (alleen) aan díe ontwikkeling op exclusiviteitsbasis wil meewerken. Deze specifieke afspraak vormt - aldus nog steeds de gemeente - ook een aanwijzing voor het feit dat partijen met artikel 6 niet Pro hebben beoogd om een algehele exclusiviteit voor het plan Ludinga overeen te komen.
"(…), zij zal met de middelen (…)"terug op de zinsnede die begint met
"Qua contingentering (…)". De overige inhoud van artikel 6 bevestigt Pro de juistheid van deze (taalkundige) uitleg, nu hierin een regeling over een (minimaal) tweejaarlijkse gezamenlijke evaluatie van de woningbouwproductie is opgenomen, die ertoe kan leiden dat een uitwisseling van contingenten naar andere locaties in beeld kan komen. Zoals hiervoor reeds overwogen kunnen de overige omstandigheden van het geval evenwel meebrengen dat een andere dan de taalkundige betekenis aan de bewoordingen van de overeenkomst moet worden gehecht.
"Ludinga wacht in deze de uitnodiging van de notaris af"(randnummer 3.5 antwoordakte na pleidooi) afleidt dat Ludinga Vastgoed stelt dat zij vrijwillig meewerkt aan het passeren van de notariële akte. De rechtbank ziet geen aanleiding om aan deze toezegging van Ludinga Vastgoed te twijfelen, nu haar weigering om hieraan mee te werken enkel was gelegen in de bepaling over de vrijwaring. Ludinga Vastgoed zal derhalve worden veroordeeld om mee te werken aan het verlijden van de notariële akte overeenkomstig het concept van de notaris d.d. 25 augustus 2009 (conclusie van antwoord tevens houdende eis in reconventie, productie 8), met dien verstande dat hiervan geen deel zal uitmaken de navolgende, in artikel IX van de concept-notariële akte opgenomen, passage:
5.De beslissing
8 juli 2015voor:
de gemeente, waarop desgewenst door Ludinga Vastgoed bij antwoordakte gereageerd kan worden;
Ludinga Vastgoed, waarop desgewenst door de gemeente bij antwoordakte gereageerd kan worden;