ECLI:NL:RBNNE:2015:2991

Rechtbank Noord-Nederland

Datum uitspraak
23 juni 2015
Publicatiedatum
23 juni 2015
Zaaknummer
18.930015-15
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Overig
Procedures
  • Op tegenspraak
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Heropening onderzoek wegens niet-bekend voortgangsrapport reclassering

In deze strafzaak heeft de rechtbank Noord-Nederland vastgesteld dat het onderzoek niet volledig was omdat een voortgangsrapport van de reclassering, opgesteld door mevrouw Y. de Roo, niet was overgelegd tijdens de terechtzitting. De raadsman van verdachte had na sluiting van het onderzoek verzocht om heropening vanwege het belang van dit rapport voor de beoordeling van de persoonlijke omstandigheden en de mogelijkheden voor reclasseringstoezicht.

De rechtbank kon het rapport niet meenemen bij de eerdere zitting en acht het noodzakelijk voor een juiste beoordeling van de zaak om alsnog kennis te nemen van het rapport en de standpunten van alle betrokken partijen hierover te horen. Daarom beveelt de rechtbank de overlegging van het rapport en heropening van het onderzoek op een nader te bepalen datum, binnen drie maanden.

De zitting wordt geschorst tot die tijd en verdachte zal worden opgeroepen voor de nieuwe zitting. De beslissing is genomen door de meervoudige strafkamer onder voorzitterschap van O.J. Bosker, met medewerking van E. Läkamp en A. Heidekamp.

Uitkomst: Het onderzoek wordt heropend en de zitting wordt op een later tijdstip hervat binnen drie maanden.

Uitspraak

RECHTBANK NOORD-NEDERLAND

[.] Afdeling strafrecht
Locatie Assen
Parketnummer: 18.930015-15
vonnis van de meervoudige strafkamer d.d. 23 juni 2015 in de zaak van het openbaar ministerie tegen:

[verdachte],

geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum],
wonende te [woonplaats], [woonadres].
Het onderzoek ter terechtzitting heeft plaatsgehad op 9 juni 2015.
De verdachte is verschenen, bijgestaan door mr. J.M. Lintz, advocaat te s’-Gravenhage.

MOTIVERING

De rechtbank is tijdens de beraadslaging gebleken, dat het onderzoek niet volledig is geweest. De rechtbank overweegt hiertoe het volgende.
Bij faxbericht van 11 juni 2015 heeft de raadsman van verdachte een verzoek gedaan tot heropening van het onderzoek. Als grond voor het verzoek heeft de raadsman aangevoerd dat verdachte pas na het sluiten van het onderzoek op de hoogte is geraakt van het bestaan van een voortgangsrapport, opgesteld door zijn toezichthouder bij de reclassering, mevrouw Y. de Roo. Uit telefonisch contact met mevrouw De Roo heeft de raadsman opgemaakt dat de inhoud van dat rapport van belang zou kunnen zijn voor de beoordeling van de persoonlijke omstandigheden van verdachte, meer in het bijzonder voor de mogelijkheden van reclasseringstoezicht.
De rechtbank stelt vast dat zij op het moment van sluiten van het onderzoek ter terechtzitting niet beschikte over het voortgangsrapport van mevrouw De Roo. Dientengevolge heeft de rechtbank dit rapport niet ter terechtzitting aan verdachte kunnen voorhouden, terwijl de officier van justitie en de raadsman zich evenmin over de inhoud daarvan hebben kunnen uitlaten.
De rechtbank acht het, voor het geval zij mocht komen tot een bewezenverklaring van een of meer tenlastegelegde feiten, voor de vorming van haar uiteindelijke oordeel noodzakelijk om kennis te nemen van het voortgangsrapport. Datzelfde geldt voor de opvattingen van de officier van justitie, de raadsman en de verdachte omtrent de inhoud van dat rapport. Om deze redenen zal de rechtbank bevelen dat het onderzoek ter terechtzitting zal worden hervat.

BESLISSING

De rechtbank:
beveelt de overlegging van het voortgangsrapport van mevrouw Y. de Roo;
beveelt dat het onderzoek ter terechtzitting in deze zaak zal worden hervat op een nader te bepalen terechtzitting;
bepaalt, dat het onderzoek ter terechtzitting tot die tijd voor onbepaalde tijd is geschorst en bepaalt de termijn van de schorsing op maximaal drie maanden, nu gelet op de beschikbare ruimte in het zittingsrooster van de rechtbank niet mag worden verwacht dat de zaak reeds binnen één maand opnieuw zal zijn ingepland;
beveelt de oproeping van verdachte tegen een nog nader, doch met inachtneming van het bovenstaande, te bepalen terechtzitting en tijdstip, met kennisgeving daarvan aan de raadsman van verdachte.
Dit vonnis is gewezen door mr. O.J. Bosker, voorzitter en mrs. E. Läkamp en A. Heidekamp, rechters, in tegenwoordigheid van mr. A.D. Vermeer, griffier, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van de rechtbank op 23 juni 2015.
Mr. Läkamp is buiten staat dit vonnis mede te ondertekenen.