Uitspraak
RECHTBANK NOORD-NEDERLAND
DE STAAT DER NEDERLANDEN,
RIJKSWATERSTAAT,
Rechtbank Noord-Nederland
De Staat der Nederlanden vordert vervroegde onteigening van een perceelsgedeelte in de gemeente Harlingen, eigendom van de gedaagden, ten behoeve van de verdubbeling van Rijksweg N31. Het perceel betreft een strook bedrijventerrein in gebruik bij een bedrijf van de gedaagden. De Staat heeft een schadeloosstelling van €51.000 aangeboden, welke door de gedaagden niet is aanvaard.
De gedaagden verzetten zich niet tegen de vervroegde onteigening zelf, maar verzoeken uitstel tot na 31 december 2015 vanwege bedrijfsbelangen en geplande levering van een nieuw perceel. De Staat wenst echter op korte termijn te beschikken over het perceel en biedt geen voortgezet gebruik aan.
De rechtbank oordeelt dat de onteigening vervroegd kan plaatsvinden, ondanks de bezwaren van de gedaagden, en dat de gevolgen voor het bedrijf meegenomen moeten worden in de schadeloosstelling. De reeds benoemde deskundigen worden opgedragen de schadeloosstelling te begroten en een concept-rapport te verstrekken. De rechtbank stelt het voorschot op schadeloosstelling vast op het volledige aangeboden bedrag van €51.000 en wijst verdere beslissingen aan.
De procedure voldoet aan de vereiste formaliteiten en termijnen uit de Onteigeningswet. Het vonnis wordt gepubliceerd in de Leeuwarder Courant.
Uitkomst: De rechtbank wijst de vervroegde onteigening toe en bepaalt een voorschot op schadeloosstelling van €51.000.