Uitspraak
RECHTBANK NOORD-NEDERLAND
1.De feiten
2.De vordering
€ 629,04
Rechtbank Noord-Nederland
Eiser heeft na een medische fout schade geleden en een vaststellingsovereenkomst gesloten over een schadevergoeding van € 45.531,20. De buitengerechtelijke kosten waren niet onderdeel van deze overeenkomst. Eiser vorderde aanvullend € 4.831,88 aan buitengerechtelijke kosten, bovenop de reeds betaalde € 20.000,00.
De kantonrechter oordeelt dat de gevorderde buitengerechtelijke kosten van 55% van het schadebedrag aanzienlijk hoger zijn dan gebruikelijke percentages volgens de PIV-staffel en jurisprudentie. Hoewel de PIV-staffel niet bindend is, biedt deze wel een handvat voor de redelijkheidstoets.
Eiser heeft onvoldoende onderbouwd dat de complexiteit, duur of moeilijkheidsgraad van de zaak een hogere vergoeding rechtvaardigen. De procedure duurde niet uitzonderlijk lang en de ernst van het letsel beïnvloedt niet de redelijkheid van de kosten. Daarom wordt de vordering afgewezen en eiser veroordeeld tot betaling van de proceskosten.
Uitkomst: De vordering tot aanvullende vergoeding van buitengerechtelijke kosten wordt afgewezen.