Uitspraak
Bewijsvraag
Oordeel van de rechtbank
Opzettelijk handelen in strijd met een in artikel 2, aanhef en onder B, van de Opiumwet gegeven verbod.
Medeplegen van poging tot doodslag.
Bedreiging met enig misdrijf tegen het leven gericht.
Handelen in strijd met artikel 26, lid 1, van de Wet wapens en munitie en het feit begaan met betrekking tot een wapen en munitie van categorie III.
Het openlijk in vereniging geweld plegen tegen personen.
Handelen in strijd met artikel 13, lid 1, van de Wet wapens en munitie.
Schuldheling.
Strafoplegging
€ 18,50, met oplegging van de schadevergoedingsmaatregel. De officier van justitie heeft zich op het standpunt gesteld dat de vordering voor het overige, te weten de kosten die betrekking hebben op de mobiele telefoon ten bedrage van € 108,00, niet-ontvankelijk moet worden verklaard nu de vordering in zoverre onvoldoende is onderbouwd.
1 (één) jaar, niet zal worden ten uitvoer gelegd, tenzij de rechter later anders mocht gelasten, op grond dat de veroordeelde voor het einde van of gedurende de proeftijd, welke hierbij wordt vastgesteld op 2 jaren, de hierna te noemen algemene of bijzondere voorwaarden niet heeft nageleefd.
,daarmee de verplichting van verdachte om aan de benadeelde partij dit bedrag te betalen komt te vervallen en omgekeerd, dat, indien verdachte aan de benadeelde partij het opgelegde bedrag heeft betaald, daarmee de verplichting tot betaling aan de staat van dit bedrag komt te vervallen.