Op 6 december 2014 vond een woninginbraak plaats waarbij onder andere twee pistolen, horloges, sieraden en geld werden gestolen. Verdachte werd door negen opsporingsambtenaren herkend op camerabeelden die tijdens de inbraak waren gemaakt. De beelden waren niet in kleur, maar voldoende duidelijk om verdachte aan gelaatskenmerken te herkennen.
Verdachte ontkende betrokkenheid, maar de rechtbank achtte de herkenningen van de verbalisanten betrouwbaar gezien hun ambtshalve kennis van verdachte en de overeenkomsten in hun beschrijvingen. Er was geen ander bewijs, maar deze herkenningen waren voldoende om wettig en overtuigend bewijs te vormen.
De rechtbank veroordeelde verdachte tot 100 dagen gevangenisstraf, waarvan 62 dagen voorwaardelijk met een proeftijd van twee jaar, en een taakstraf van 60 uur onbetaalde arbeid. Tevens werd de voorwaardelijke geldboete van een eerdere veroordeling tenuitvoer gelegd. De straf weerspiegelt de ernst van het feit en het recidivegevaar.