ECLI:NL:RBNNE:2015:3943

Rechtbank Noord-Nederland

Datum uitspraak
14 januari 2015
Publicatiedatum
13 augustus 2015
Zaaknummer
C18/153417/PR RK 14-478
Instantie
Rechtbank Noord-Nederland
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Civiel recht
Uitkomst
Overig
Procedures
  • Wraking
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 36 RvArt. 37 RvArt. 6 EVRM
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Beslissing op wrakingsverzoek rechtbank Noord-Nederland wegens vermeende partijdigheid

Verzoeker, gedaagde in een kort gedingprocedure tegen Menzis Zorgverzekeraar N.V., diende een wrakingsverzoek in tegen de rechtbank Noord-Nederland en mr. R.Tj. Terpstra. Het verzoek werd beoordeeld door de meervoudige wrakingskamer van de rechtbank Noord-Nederland, locatie Groningen.

De wrakingskamer overwoog dat wrakingsverzoeken worden getoetst aan artikel 36 van Pro het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering en artikel 6 EVRM Pro, waarbij wordt uitgegaan van de onpartijdigheidsvermoeden van rechters, tenzij uitzonderlijke omstandigheden dit vermoeden doorbreken. Het verzoek tegen de rechtbank zelf werd niet-ontvankelijk verklaard omdat artikel 36 Rv Pro niet voorziet in wraking van een gehele rechtbank.

Het verzoek tegen mr. R.Tj. Terpstra werd eveneens afgewezen omdat verzoeker geen concrete feiten of omstandigheden aanvoerde die een vermoeden van vooringenomenheid konden rechtvaardigen. Ook voldeed het verzoek niet aan de formele vereisten van artikel 37 Rv Pro. De wrakingskamer besloot daarom het verzoek niet-ontvankelijk te verklaren en de lopende procedure voort te zetten zoals die was ten tijde van het wrakingsverzoek.

Uitkomst: Het wrakingsverzoek is niet-ontvankelijk verklaard en de procedure wordt voortgezet.

Uitspraak

beslissing

RECHTBANK NOORD-NEDERLAND

Locatie Groningen
Meervoudige wrakingskamer
Zaaknummer / rekestnummer: C18/153417/PR RK 14/478
Datum beslissing: 14 januari 2015
Beslissing op het verzoek tot wraking ingevolge artikel 36 Wetboek Pro van Burgerlijke Rechtsvordering (hierna: Rv) van
[naam] ,
wonende te [woonplaats] ,
verzoeker,
.

1.Procesverloop

1.1.
Verzoeker is gedaagde in de (civiele) kort gedingprocedure van Menzis Zorgverzekeraar N.V. en verzoeker. De zaak is bij de rechtbank Noord-Nederland, locatie Groningen, bekend onder zaak-/rolnummer 3412586 CV EXPL 14-13296.
1.2.
Verzoeker heeft bij brief van 19 december 2014 de rechtbank Noord-Nederland en mr. R.Tj. Terpstra gewraakt.

2.Rechtsoverwegingen

2.1.
De wrakingskamer overweegt dat voor de beoordeling van wrakingsverzoeken de toepasselijke norm is gegeven in artikel 36 Rv Pro en artikel 6 van Pro het Europees Verdrag tot bescherming van de Rechten van de Mens en de fundamentele vrijheden (hierna: EVRM), in samenhang met de door de Hoge Raad en het Europese Hof voor de Rechten van de Mens daaromtrent ontwikkelde criteria.
2.2.
Artikel 36 Rv Pro bepaalt dat op verzoek van een partij de rechter die een zaak behandelt kan worden gewraakt op grond van feiten en omstandigheden waardoor de rechterlijke onpartijdigheid schade zou kunnen lijden. Bij de beoordeling van een beroep op het ontbreken van onpartijdigheid van de rechter in de zin van artikel 36 Rv Pro/artikel 6 EVRM Pro dient voorop te staan dat een rechter uit hoofde van haar/zijn aanstelling moet worden vermoed onpartijdig te zijn, tenzij zich uitzonderlijke omstandigheden voordoen die een zwaarwegende aanwijzing opleveren voor het oordeel dat een rechter jegens een procespartij een vooringenomenheid koestert, althans dat de bij die procespartij bestaande vrees dienaangaande objectief gerechtvaardigd is.
2.3.
Voorzover het wrakingsverzoek is gericht tegen de instelling rechtbank Noord-Nederland, is de rechtbank van oordeel dat de bepalingen zoals genoemd onder 2.2 daarin niet voorzien. Dit betekent dat het verzoek in zoverre niet-ontvankelijk moet worden verklaard.
2.4.
Voor zover het wrakingsverzoek zich richt tegen mr. R.Tj. Terpstra overweegt de rechtbank het volgende.
Artikel 37 Rv Pro, lid 2 en 3 luiden:
Lid 2: Het verzoek geschiedt schriftelijk en is gemotiveerd. Na de aanvang van en terechtzitting kan het ook mondeling geschieden.Lid 3: Alle feiten en omstandigheden moeten tegelijk worden voorgedragen.
De rechtbank is van oordeel dat verzoeker geen enkele wrakingsgrond heeft aangevoerd. Het wrakingsverzoek voldoet derhalve niet aan de formele vereisten als bedoeld in artikel 37 Rv Pro. Verzoeker is dan ook niet- ontvankelijk in zijn wrakingsverzoek.
2.5.
Nu de rechtbank beide verzoeken niet-ontvankelijk verklaart, is er geen aanleiding om over te gaan tot een mondelinge behandeling van de wrakingsverzoeken.
Beslissing
3.1.
verklaart de verzoeken niet-ontvankelijk;
3.2.
bepaalt dat de procedure in de zaak met zaak-/rolnummer 3412586 CV EXPL 14-13296 wordt voortgezet in de stand waarin deze zich bevond ten tijde van het indienen van het verzoek tot wraking;
3.3.
beveelt de onverwijlde mededeling van deze beslissing aan partijen.
Deze uitspraak is vastgesteld en in het openbaar uitgesproken op 14 januari 2015 door
mr. R.B.M. Keurentjes, voorzitter, mr. E.M. Visser en mr. P. Molema rechters, in tegenwoordigheid van de griffier.
kb