Uitspraak
RECHTBANK NOORD-NEDERLAND
1.Procesverloop
2.Rechtsoverwegingen
Artikel 37 Rv Pro, lid 2 en 3 luiden:
mr. R.B.M. Keurentjes, voorzitter, mr. E.M. Visser en mr. P. Molema rechters, in tegenwoordigheid van de griffier.
Rechtbank Noord-Nederland
Verzoeker, gedaagde in een kort gedingprocedure tegen Menzis Zorgverzekeraar N.V., diende een wrakingsverzoek in tegen de rechtbank Noord-Nederland en mr. R.Tj. Terpstra. Het verzoek werd beoordeeld door de meervoudige wrakingskamer van de rechtbank Noord-Nederland, locatie Groningen.
De wrakingskamer overwoog dat wrakingsverzoeken worden getoetst aan artikel 36 van Pro het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering en artikel 6 EVRM Pro, waarbij wordt uitgegaan van de onpartijdigheidsvermoeden van rechters, tenzij uitzonderlijke omstandigheden dit vermoeden doorbreken. Het verzoek tegen de rechtbank zelf werd niet-ontvankelijk verklaard omdat artikel 36 Rv Pro niet voorziet in wraking van een gehele rechtbank.
Het verzoek tegen mr. R.Tj. Terpstra werd eveneens afgewezen omdat verzoeker geen concrete feiten of omstandigheden aanvoerde die een vermoeden van vooringenomenheid konden rechtvaardigen. Ook voldeed het verzoek niet aan de formele vereisten van artikel 37 Rv Pro. De wrakingskamer besloot daarom het verzoek niet-ontvankelijk te verklaren en de lopende procedure voort te zetten zoals die was ten tijde van het wrakingsverzoek.
Uitkomst: Het wrakingsverzoek is niet-ontvankelijk verklaard en de procedure wordt voortgezet.