Uitspraak
RECHTBANK NOORD-NEDERLAND
mr. J.E. Biesma(hierna te noemen mr. Biesma), rechter in de afdeling privaatrecht van deze rechtbank.
Rechtbank Noord-Nederland
In een civiele procedure tussen [B] als eiser en [A] als gedaagde, waarin vorderingen en tegenvorderingen spelen, vond op 22 juni 2015 een comparitie plaats onder leiding van mr. Biesma. Na deze comparitie diende [A] een wrakingsverzoek in tegen mr. Biesma wegens vermeende vooringenomenheid en het negeren van bewijsaanbod.
De wrakingskamer oordeelde dat het wrakingsverzoek niet tijdig tijdens de comparitie was ingediend en dat de vermeende vooringenomenheid onvoldoende was onderbouwd. Mr. Biesma had tijdens de comparitie een voorlopig oordeel gegeven, wat volgens de kamer gebruikelijk is om partijen inzicht te geven in hun kansen en een schikking te bevorderen.
Verder was er geen bewijs dat mr. Biesma uitsluitend oog had voor de belangen van [B] en niet voor het verweer of de tegenvordering van [A]. Ook de beschuldiging van racisme werd ongefundeerd geacht. De wrakingskamer concludeerde dat er geen objectief gerechtvaardigde vrees voor partijdigheid bestond en wees het wrakingsverzoek af.
Uitkomst: Het wrakingsverzoek tegen mr. Biesma wegens vermeende vooringenomenheid wordt afgewezen.