Op 22 maart 2015 heeft verdachte zijn vriendin opzettelijk zwaar lichamelijk letsel toegebracht door haar te slaan en te schoppen, waarbij zij twee ribben brak. De rechtbank achtte dit wettig en overtuigend bewezen op basis van verklaringen van het slachtoffer en verdachte, medische stukken en politieprocessen-verbaal.
De rechtbank nam tevens kennis van een psychiatrisch rapport waaruit bleek dat verdachte leed aan een complexe geestelijke stoornis, waaronder alcohol- en drugsverslaving in remissie, een autismespectrumstoornis en persoonlijkheidsproblematiek. Hierdoor werd verdachte verminderd toerekeningsvatbaar geacht.
De officier van justitie vorderde een gevangenisstraf van negen maanden, waarvan vijf maanden voorwaardelijk met een proeftijd van vijf jaar, en een klinische behandeling van maximaal twee jaar. De verdediging pleitte voor een straf gelijk aan het reeds doorgebrachte voorarrest en een ambulante behandeling zonder proeftijd.
De rechtbank legde een gevangenisstraf van negen maanden op, waarvan vier maanden onvoorwaardelijk en vijf maanden voorwaardelijk, met een proeftijd van drie jaar. Tevens werd een klinische behandeling van maximaal één jaar opgelegd, gekoppeld aan dadelijk uitvoerbaar reclasseringstoezicht en bijzondere voorwaarden gericht op behandeling en begeleiding, mede vanwege het hoge recidiverisico en de ernst van de problematiek.