ECLI:NL:RBNNE:2015:4386
Rechtbank Noord-Nederland
- Op tegenspraak
- Rechtspraak.nl
Veroordeling wegens ontuchtige handelingen en feitelijke aanranding van de eerbaarheid door conciërge
De rechtbank Noord-Nederland heeft verdachte, werkzaam als conciërge op een speciale school, veroordeeld voor het plegen van ontuchtige handelingen met minderjarige slachtoffers en feitelijke aanranding van de eerbaarheid. De feiten betreffen onder meer het geven van een tongzoen aan een 14- of 15-jarig meisje en het betasten en zoenen van een verstandelijk beperkte leerlinge, waarbij verdachte misbruik maakte van zijn positie en het psychisch overwicht dat hij had.
De rechtbank oordeelde dat het bewijs voor twee van de drie ten laste gelegde feiten voldoende was, mede doordat verdachte de verklaring van het slachtoffer bevestigde dat hij haar naar school had gebracht, het alarm had uitgezet, haar drinken gaf en haar later naar het station bracht. Voor het tweede feit was onvoldoende bewijs en werd verdachte vrijgesproken.
De rechtbank hield rekening met de ernst van de feiten, de kwetsbare positie van de slachtoffers en het ontbreken van eerdere veroordelingen van verdachte. Er werd een gevangenisstraf van 90 dagen opgelegd, waarvan 88 dagen voorwaardelijk met een proeftijd van drie jaar, en een taakstraf van 180 uur. Daarnaast werd een schadevergoeding van €600 toegewezen aan het slachtoffer.
De uitspraak benadrukt het belang van steunbewijs bij verklaringen van slachtoffers en de zorgvuldige afweging van bewijs, waarbij de rechtbank de verklaringen van de slachtoffers als betrouwbaar beschouwde en het verweer van de raadsman verwierp.
Uitkomst: Verdachte is veroordeeld tot 90 dagen gevangenisstraf, deels voorwaardelijk, en een taakstraf van 180 uur wegens ontuchtige handelingen en feitelijke aanranding.