ECLI:NL:RBNNE:2015:4799
Rechtbank Noord-Nederland
- Op tegenspraak
- H.M.E. Tebbenhoff Rijnenberg
- M.J. Oostveen
- P.H.M. Smeets
- Rechtspraak.nl
Beslissing tot ontneming wederrechtelijk verkregen voordeel wegens verduistering in dienstbetrekking
De officier van justitie vorderde aanvankelijk ontneming van wederrechtelijk verkregen voordeel van €137.679,- wegens verduistering gepleegd door de veroordeelde binnen haar dienstbetrekking. Tijdens de procedure werd deze vordering bijgesteld naar €61.943,42. De rechtbank baseerde haar oordeel op de bekennende verklaring van de veroordeelde, waarin zij erkende €64.635,10 te hebben verduisterd van haar werkgever.
De rechtbank verrekende diverse posten, waaronder niet uitgekeerd salaris en bedrijfskosten, waardoor het uiteindelijke voordeel werd vastgesteld op €61.172,56. Tevens werd rekening gehouden met een eerder opgelegde schadevergoeding aan de benadeelde partij van €65.472,56, die in mindering wordt gebracht op de betalingsverplichting jegens de staat.
De rechtbank oordeelde dat het wederrechtelijk verkregen voordeel rechtstreeks voortvloeit uit het gepleegde strafbare feit en legde de veroordeelde de verplichting op tot betaling van het vastgestelde bedrag aan de staat. De overige vorderingen van de officier van justitie werden afgewezen. De uitspraak werd gedaan door een meervoudige kamer van de rechtbank Noord-Nederland op 24 september 2015.
Uitkomst: Veroordeelde is verplicht €61.172,56 te betalen ter ontneming van wederrechtelijk verkregen voordeel.