Uitspraak
RECHTBANK NOORD-NEDERLAND
Bewijsvraag
Strafbaarheid van de feiten
Strafbaarheid van verdachte
Strafoplegging
.Daarin wordt onder meer aangegeven dat ten aanzien van de (vermogens)delicten sprake is van een delictpatroon. Verdachte is twee keer eerder veroordeeld tot een ISD-maatregel wegens aanhoudend delictgedrag. Wegens het overtreden van de voorwaarden zijn verschillende vormen van reclasseringstoezicht voortijdig negatief geretourneerd. Als rode draad door het leven van verdachte loopt alcoholmisbruik, zijn drugsverslaving en het daaraan gerelateerde delictgedrag. Sinds kort is verdachte abstinent van harddrugs maar er is nog wel sprake van alcohol- en softdrugsgebruik. Er zijn schulden en verdachte heeft geen zinvolle dagbesteding. Er zijn in het verleden diverse hulpverleningstrajecten ingezet. Gedurende de laatste ISD-maatregel heeft verdachte nergens aan willen meewerken. Alle voornoemde trajecten hebben niet geleid tot abstinentie van drugs- en alcoholgebruik of tot uitsluiting van recidive. De reclassering concludeert dat oplegging van de ISD-maatregel wenselijk is om te komen tot recidivevermindering en om ervoor te zorgen dat de maatschappij niet meer wordt belast met het delictgedrag van verdachte. Vanuit de ISD kan verdachte worden toegeleid naar een FPA of soortgelijke instelling waar hij kan werken aan zijn problematiek.