ECLI:NL:RBNNE:2015:4876

Rechtbank Noord-Nederland

Datum uitspraak
7 oktober 2015
Publicatiedatum
20 oktober 2015
Zaaknummer
18.730176-14
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Beschikking
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 89 Wetboek van StrafvorderingArt. 5 EVRM
Verwijzingen
2 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Afwijzing schadevergoeding na inverzekeringstelling en klinische observatie wegens psychische stoornis

Verzoeker heeft een verzoek ingediend tot vergoeding van schade geleden door inverzekeringstelling, voorlopige hechtenis en klinische observatie op de Forensische Psychiatrische Afdeling (FPA). Hij werd op 20 november 2014 ontslagen van alle rechtsvervolging wegens een psychische toestand die het feit niet aan hem toerekent.

Na inverzekeringstelling en bewaring werd de gevangenhouding geschorst onder de voorwaarde dat verzoeker verbleef op de FPA. De raadsman stelde dat verzoeker op grond van artikel 89 Sv Pro en artikel 5 EVRM Pro aanspraak kon maken op schadevergoeding voor de gehele periode van vrijheidsbeneming.

De rechtbank overwoog dat toekenning van schadevergoeding mogelijk is indien er billijkheidsgronden zijn, maar dat de einduitspraak niet doorslaggevend is. In dit geval oordeelde de rechter dat de oorspronkelijke verdenking leidde tot een veroordeling die recht doet aan de omstandigheden, zodat geen billijkheidsgronden voor vergoeding aanwezig zijn.

De rechtbank wees het verzoek daarom af en concludeerde dat de schadevergoeding niet toekomt voor de dagen in verzekering, voorlopige hechtenis en het verblijf op de FPA.

Uitkomst: Het verzoek tot schadevergoeding wegens inverzekeringstelling en klinische observatie wordt afgewezen wegens ontbreken van billijkheidsgronden.

Uitspraak

RECHTBANK NOORD-NEDERLAND

Afdeling strafrecht
Locatie Leeuwarden
rekestnummer 118/15
parketnummer 18/730176-14
beschikking van de enkelvoudige raadkamer d.d. 7 oktober 2015 op het verzoekschrift ex artikel 89 van Pro het Wetboek van Strafvordering, ingediend door:

[verzoeker] ,

wonende te [woonplaats] , [adres] ,
advocaat: mr. A. Speksnijder.

Procesverloop

Het verzoek strekt tot vergoeding van schade geleden als gevolg van ondergane inverzekeringstelling en een aantal dagen klinische observatie op de Forensische Psychiatrische Afdeling in [plaats] tot een bedrag van in totaal € 16.950, te vermeerden met de kosten van indiening van het verzoekschrift. Dit verzoek is op 16 september 2015 behandeld in raadkamer. De advocaat van verzoeker is verschenen.

Motivering

Verzoeker is door de rechter op 20 november 2014 ontslagen van alle rechtsvervolging omdat het feit niet aan hem kan worden toegerekend wegens een gedurende de ten tijde van het bewezenverklaarde feit aanwezige psychische toestand. Hij is op 24 april 2014 in verzekering gesteld, waarna de rechter-commissaris de bewaring heeft bevolen. Op 7 mei 2014 is de gevangenhouding bevolen. De gevangenhouding is met ingang van 27 mei 2014 geschorst onder de voorwaarde dat verzoeker zich met ingang van die datum laat opnemen en verblijven op de Forensisch Psychiatrische Afdeling (hierna: FPA) te [plaats] .
De raadsman van verzoeker heeft gesteld dat verzoeker naar billijkheid aanspraak kan maken op schadevergoeding voor de dagen doorgebracht in inverzekeringstelling, bewaring, gevangenhouding en voor de tijd dat de gevangenhouding geschorst is onder de voorwaarde dat verzoeker in de FPA verblijft. Voor de duur van de geschorste voorlopige hechtenis beroept hij zich op artikel 5 van Pro het EVRM.
Een vergoeding van schade op grond van artikel 89 van Pro het Wetboek van Strafvordering kan worden toegewezen als sprake is geweest van inverzekeringstelling, klinische observatie of voorlopige hechtenis.
Als grondslag van de regeling kan gelden dat het vaak niet billijk is de schade binnen de risicosfeer van de burger te laten in die gevallen dat de oorspronkelijke verdenking niet tot een adequate veroordeling leidt. De einduitspraak van de rechter in de eigenlijke strafzaak is niet beslissend, maar hetgeen – in het licht van die einduitspraak – over de toepassing van vrijheidsbenemende dwangmiddelen kan worden gezegd.
Toekenning van een schadevergoeding vindt plaats indien en voor zover daartoe naar het oordeel van de rechter, alle omstandigheden in aanmerking genomen, gronden van billijkheid aanwezig zijn.
De rechter is van oordeel dat, alle omstandigheden in aanmerking genomen, in het onderhavige geval geen gronden van billijkheid aanwezig zijn om enige schadevergoeding toe te kennen. Dit geldt zowel ten aanzien van de dagen in verzekering en voorlopige hechtenis doorgebracht als ten aanzien van de dagen doorgebracht in de FPA op basis van het geschorste bevel voorlopige hechtenis. Naar het oordeel van de rechter is er sprake van een geval waarin de oorspronkelijke verdenking heeft geleid tot een veroordeling die recht doet aan de omstandigheden van het geval.

Beslissing

De rechtbank wijst het verzoek af.
Deze beschikking is gegeven door mr. J.G.W. Lootsma-Oude Nijeweme, rechter, bijgestaan door L. Palstra, griffier, en in het openbaar uitgesproken op 7 oktober 2015.