Uitspraak
RECHTBANK NOORD-NEDERLAND
uitspraak van de meervoudige kamer van 15 december 2015 in de zaak tussen
derde-partijheeft aan het geding deelgenomen: de besloten vennootschap Waddenvlees B.V., gevestigd te Dokkum, vergunninghoudster,
Rechtbank Noord-Nederland
De rechtbank Noord-Nederland behandelde het beroep van Mollema Vastgoed B.V. en andere eisers tegen het college van burgemeester en wethouders van Dongeradeel omtrent een revisievergunning voor een rundveeslachterij. Het bestreden besluit verleende vergunning voor de verandering van de inrichting met betrekking tot slachtcapaciteit en milieuaspecten.
Eisers voerden onder meer aan dat de aanvraag inconsistent was en dat de vergunning niet voldeed aan de eisen van de beste beschikbare technieken (BBT), geluid, geur en verkeershinder. De rechtbank oordeelde dat de aanvraag voldoende duidelijk was en dat de slachtcapaciteit van 170 runderen per dag correct was vastgelegd, waardoor geen sprake was van een IPPC-installatie.
Ten aanzien van geluid concludeerde de rechtbank dat de gehanteerde geluidsnormen passend waren voor de locatie in een woonwijk in de stad, en dat het akoestisch onderzoek van WNP betrouwbaar was. Voor het aspect geur stelde de rechtbank vast dat het voorschrift 7.1.3 met een maximale geurbelasting van 1,5 ouE/m³ niet in overeenstemming was met de systematiek van de Nederlandse emissierichtlijn (NeR) en dat dit voorschrift verwarring kon scheppen. Daarom vernietigde de rechtbank dit voorschrift. De overige beroepsgronden, waaronder verkeershinder en handhaving, werden verworpen.
De rechtbank veroordeelde het college in de proceskosten van eisers en bepaalde dat het griffierecht vergoed moet worden. Het beroep werd gegrond verklaard voor zover het voorschrift geur werd vernietigd.
Uitkomst: Voorschrift 7.1.3 over geur in de omgevingsvergunning wordt vernietigd wegens onvoldoende onderbouwing.