ECLI:NL:RBNNE:2015:6329
Rechtbank Noord-Nederland
- Op tegenspraak
- Rechtspraak.nl
Afwijzing vordering tot ontneming na vrijspraak oplichtingsfeiten
De officier van justitie had een vordering tot ontneming van wederrechtelijk verkregen voordeel ingediend ter hoogte van €33.300,09, gebaseerd op twee oplichtingsfeiten waarvan verdachte werd verdacht. Tijdens de terechtzitting op 23 november 2015 heeft de officier van justitie echter tot vrijspraak gerekwireerd en daarmee ook geconcludeerd tot afwijzing van de ontnemingsvordering.
De raadsvrouw van verdachte steunde dit standpunt en verzocht eveneens om afwijzing van de vordering. Bij vonnis van 7 december 2015 is verdachte vrijgesproken van de feiten waarop de ontnemingsvordering was gebaseerd. De rechtbank oordeelt daarom dat de vordering tot ontneming moet worden afgewezen, aangezien deze niet kan worden toegewezen zonder een veroordeling.
De rechtbank baseerde haar beslissing op artikel 36e van het Wetboek van Strafrecht, dat betrekking heeft op de ontneming van wederrechtelijk verkregen voordeel. Het vonnis werd gewezen door de meervoudige kamer van de rechtbank Noord-Nederland te Groningen en uitgesproken in een openbare terechtzitting.
Uitkomst: De rechtbank wijst de vordering tot ontneming af wegens vrijspraak van verdachte.