Uitspraak
Uitspraak
Procesverloop
Het risico van het Verkochte en de eventueel
Rechtbank Noord-Nederland
Eiseres kocht een woonboerderij met inventaris en een perceel grasland, waarbij zij overdrachtsbelasting betaalde tegen het verlaagde tarief van 2% over de woonboerderij en inventaris, maar niet over het grasland. Verweerder legde een naheffingsaanslag op omdat het grasland volgens hem niet onder het verlaagde tarief viel.
De rechtbank stelde vast dat de economische en juridische eigendom van de woonboerderij, inventaris en het perceel grasland op hetzelfde moment aan eiseres zijn geleverd. De kern van het geschil betrof de vraag of het perceel grasland als aanhorigheid bij de woonboerderij kon worden aangemerkt, wat het verlaagde tarief zou rechtvaardigen.
De rechtbank oordeelde dat het perceel grasland niet dienstbaar is aan de woonfunctie van de woning en dat het gebruik voor hobbymatig paardenhouden geen functioneel verband met de woonboerderij vormt. Ook is het grasland niet gelegen op hetzelfde kadastrale perceel als de woning, waardoor de cumulatieve vereisten voor aanhorigheid niet zijn vervuld.
Het beroep op het vertrouwensbeginsel faalde omdat de beantwoording van de staatssecretaris niet specifiek op de situatie van eiseres was toegesneden en het grasland geen deel uitmaakt van het erf of de tuin van de woonboerderij.
De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en bevestigde de naheffingsaanslag inclusief de heffingsrente.
Uitkomst: Het beroep tegen de naheffingsaanslag overdrachtsbelasting wordt ongegrond verklaard en de aanslag bevestigd.