ECLI:NL:RBNNE:2015:6357
Rechtbank Noord-Nederland
- Op tegenspraak
- Rechtspraak.nl
Beslissing beroep erkenning en tenuitvoerlegging Duitse confiscatiebeslissing
Veroordeelde stelde beroep in tegen de beslissing van de officier van justitie tot erkenning en tenuitvoerlegging van een in Duitsland opgelegde confiscatie van €10.900. De rechtbank beoordeelde de ontvankelijkheid van het beroep en stelde vast dat het tijdig en correct was ingediend.
De kern van het geschil betrof de vraag of de officier van justitie de erkenning had moeten weigeren op grond van de facultatieve weigeringsgrond van artikel 25, eerste lid, WWETGC, omdat het onderliggende feit deels op Nederlands grondgebied was gepleegd. Veroordeelde voerde aan dat de Duitse procedure niet gelijkwaardig was aan de Nederlandse en dat hem garanties waren gegeven over Nederlandse maatstaven.
De rechtbank overwoog dat zij niet mag treden in de inhoudelijke beoordeling van buitenlandse beslissingen en dat de wetgever een strikt onderscheid maakt tussen vrijheidsbenemende sancties en geldelijke sancties. De rechtbank concludeerde dat de officier van justitie in redelijkheid kon afzien van de facultatieve weigeringsgrond en verklaarde het beroep ongegrond.
Uitkomst: Het beroep tegen de erkenning en tenuitvoerlegging van de Duitse confiscatiebeslissing wordt ongegrond verklaard.