ECLI:NL:RBNNE:2015:6359

Rechtbank Noord-Nederland

Datum uitspraak
13 november 2015
Publicatiedatum
19 april 2016
Zaaknummer
15-701
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Niet-ontvankelijk
Procedures
  • Op tegenspraak
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 577b SvArt. 22 WWETGCArtikel 7 Kaderbesluit 2006/783/JBZArtikel 9 Kaderbesluit 2006/783/JBZArt. 558 lid 2 onder c Sv
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Verzoek tot vermindering of nihilstelling van buitenlandse beslissing tot confiscatie afgewezen

Veroordeelde heeft bij de rechtbank Noord-Nederland een verzoek ingediend tot matiging of nihilstelling van een confiscatiebeslissing van €1.000.000 opgelegd door de rechtbank te Espoo, Finland. Het verzoek is behandeld op 16 oktober 2015 in raadkamer, waarbij veroordeelde is verschenen met zijn raadsman.

De rechtbank heeft geoordeeld dat artikel 577b van het Wetboek van Strafvordering niet van toepassing is op deze buitenlandse beslissing, maar dat de Wet wederzijdse erkenning en tenuitvoerlegging geldelijke sancties en beslissingen tot confiscatie (WWETGC) van toepassing is. Deze wet implementeert het EU-Kaderbesluit 2006/783/JBZ dat bepaalt dat de materiële gronden van de confiscatiebeslissing niet door de tenuitvoerleggingsstaat kunnen worden aangevochten.

Daarom is de rechtbank van oordeel dat het verzoek niet-ontvankelijk is. De rechtbank ziet geen reden om prejudiciële vragen te stellen over de uitleg van het kaderbesluit. Ten overvloede wijst de rechtbank op de mogelijkheid om gratie te verzoeken op grond van de Gratiewet. De beslissing is uitgesproken op 13 november 2015 door de meervoudige raadkamer van de rechtbank Noord-Nederland, locatie Leeuwarden.

Uitkomst: Verzoek tot vermindering of nihilstelling van buitenlandse confiscatiebeslissing wordt niet-ontvankelijk verklaard.

Uitspraak

RECHTBANK NOORD-NEDERLAND

Afdeling strafrecht
Locatie Leeuwarden
rekestnummer 15/701
beslissing van de meervoudige raadkamer d.d. 13 november 2015 op het verzoek ex artikel 577b van het Wetboek van Strafvordering, in de zaak tegen

[veroordeelde] ,

geboren op [geboortedatum] te [geboorteplaats] ,
in de basisregistratie personen ingeschreven op het adres [woonadres] , verblijvende op het adres [verblijfadres]
of op het adres [verblijfadres 2] ,
raadsman mr. D.E. Wiersum, advocaat te Amsterdam.

Procesverloop

Op 11 september 2015 is ter griffie van de rechtbank Noord-Nederland, locatie Leeuwarden, ingekomen het verzoek van veroordeelde tot matiging of nihilstelling van de aan hem door de rechtbank te Espoo, Finland, op 23 november 2010 opgelegde beslissing tot confiscatie van € 1.000.000,00.
Het verzoek is behandeld in raadkamer op 16 oktober 2015. Veroordeelde is verschenen, bijgestaan door zijn raadsman, mr. D.E. Wiersum.

Motivering

1. Het verzoek is ingesteld op grond van artikel 577b van het Wetboek van Strafvordering (Sv). Nu het onderliggende vonnis een in het buitenland opgelegde confiscatie betreft, die door Nederland is erkend en wordt tenuitvoergelegd, is de Wet wederzijdse erkenning en tenuitvoerlegging geldelijke sancties en beslissingen tot confiscatie (WWETGC) van toepassing. De rechtbank Noord-Nederland, locatie Leeuwarden, is de bevoegde instantie voor de behandeling van verzoeken en vorderingen voortvloeiend uit de WWETGC.
2. In artikel 22 van Pro de WWETGC is bepaald dat de beslissing tot confiscatie overeenkomstig artikel 577b, eerste lid, en 577c Sv ten uitvoer wordt gelegd.
3. De WWETGC is tot stand gekomen ter implementatie van het Kaderbersluit nr. 2006/783/JBZ inzake de toepassing van het beginsel van wederzijdse erkenning op beslissingen tot confiscatie (hierna: het Kaderbesluit). Het Kaderbesluit houdt, voort zover hier van belang, onder meer het volgende in:
- Artikel 7 Erkenning Pro en tenuitvoerlegging van beslissingen
‘1. De bevoegde autoriteiten van de tenuitvoerleggingsstaat gaan zonder verdere formaliteit over tot de erkenning (…) en nemen onverwijld de nodige maatregelen met het oog op de tenuitvoerlegging ervan, (…)’
- Artikel 9 Rechtsmiddelen Pro in de tenuitvoerleggingsstaat tegen erkenning en tenuitvoerlegging
‘2. De materiele gronden van de beslissing tot confiscatie kunnen niet worden aangevochten bij een rechter in de tenuitvoerleggingsstaat.’
-Artikel 13 Amnestie Pro, gratie
‘1. De beslissingsstaat en de tenuitvoerleggingsstaat kunnen amnestie en gratie verlenen.
2. Alleen de beslissingsstaat kan beschikken op een verzoek tot herziening van de beslissing tot confiscatie.’
4. Gelet op bovengenoemde bepalingen van het Kaderbesluit alsmede gelet op het feit dat het tweede en derde lid van artikel 577b Sv, dat de rechter de bevoegdheid geeft het vastgestelde bedrag te verminderen of kwijt te schelden respectievelijk te beschikken tot vermindering of teruggave, in artikel 22 WWETGC Pro niet van toepassing zijn verklaard, is de rechtbank van oordeel dat veroordeelde niet in zijn verzoek kan worden ontvangen. Nu de WWETGC en het Kaderbesluit voldoende duidelijk zijn ziet de rechtbank geen aanleiding tot het stellen van prejudiciële vragen.
5. Ten overvloede wijst de rechtbank er op dat artikel 558, tweede lid onder c, in samenhang met artikel 4, derde lid, laatste volzin, van de Gratiewet de mogelijkheid biedt om gratie te verzoeken ter zake van straffen en maatregelen opgelegd in een andere lidstaat van de Europese Unie en in Nederland ten uitvoer te leggen met toepassing van de WWETGC.

Beslissing

De rechtbank verklaart veroordeelde niet-ontvankelijk in zijn verzoek.
Deze beslissing is gegeven door mr. J.G.W. Lootsma-Oude Nijeweme, voorzitter, mr. W.S. Sikkema en mr. Th.A. Wiersma, rechters, bijgestaan door T.L. Komrij, griffier en uitgesproken in het openbaar op 13 november 2015.
Mr. Wiersma is buiten staat deze beslissing mede te ondertekenen.
w.g.
Lootsma-Oude Nijeweme
VOOR EENSLUIDEND AFSCHRIFT
Sikkema
de griffier van de rechtbank Noord-Nederland,
Wiersma
locatie Leeuwarden,
Komrij