Uitspraak
RECHTBANK NOORD-NEDERLAND
1.Gang van zaken
2.Motivering
3.Beslissing
€ 6773,--en legt aan verdachte de verplichting op dat bedrag aan de Staat te betalen ter ontneming van het door verdachte wederrechtelijk verkregen voordeel.
Rechtbank Noord-Nederland
De rechtbank Noord-Nederland heeft op 18 december 2015 uitspraak gedaan in een ontnemingszaak tegen verdachte, die eerder veroordeeld is voor het dealen in harddrugs in de periode van 1 januari tot 21 juni 2014. De officier van justitie vorderde ontneming van wederrechtelijk verkregen voordeel tot een maximum van €16.761, gebaseerd op een rapport van 14 april 2014.
Tijdens de terechtzitting op 8 december 2015 werd verdachte gehoord, bijgestaan door zijn advocaat. De rechtbank beperkte de vaststelling van het wederrechtelijk verkregen voordeel tot het dealen in harddrugs, omdat verdachte was vrijgesproken van het dealen in softdrugs. De berekening van het voordeel is gebaseerd op een winst per dag van €39,38 over een periode van 172 dagen, wat leidt tot een bedrag van €6773.
De rechtbank stelde dit bedrag vast als het wederrechtelijk verkregen voordeel dat verdachte aan de Staat dient te betalen. De maatregel is opgelegd op grond van artikel 36e van het Wetboek van Strafrecht. De uitspraak werd gedaan door de meervoudige kamer, bestaande uit drie rechters, in aanwezigheid van de griffier.
Uitkomst: De rechtbank legt een ontnemingsvordering van €6773 op aan verdachte wegens wederrechtelijk verkregen voordeel uit dealen harddrugs.