Uitspraak
RECHTBANK NOORD-NEDERLAND
1.[A] ,
[B],
[C],
DE ONBEKENDE HUURDERS,
1.De procedure
- het verzoekschrift;
- het verweerschrift aan de zijde van [C] ;
- de mondelinge behandeling van de zaak gehouden op 7 mei 2015.
Rechtbank Noord-Nederland
Rabobank heeft geldleningen verstrekt aan [A] c.s., gesecureerd door hypotheek op een woning waarin [C] sinds 1 december 2011 verblijft. Rabobank wenste het huurbeding in te roepen om de woning openbaar te verkopen in onverhuurde staat, omdat [A] c.s. zijn betalingsverplichtingen niet nakwam en de woning mogelijk was verhuurd aan derden.
Rabobank stelde dat met instandhouding van de huurovereenkomst geen voldoende opbrengst zou worden verkregen. [C] voerde verweer dat zij deel uitmaakt van het gezin van [A] c.s. en dat er geen sprake is van verhuur. De voorzieningenrechter overwoog dat volgens artikel 3:264 lid 1 BW Pro het huurbeding niet mag worden ingeroepen als vaststaat dat er geen huurders zijn anders dan de eigenaar en zijn gezinsleden.
De voorzieningenrechter nam aan dat [C] tot het gezin behoort en dat Rabobank geen feiten heeft aangevoerd die wijzen op verhuur aan derden. Daarom werd het verzoek tot inroepen van het huurbeding en ontruiming afgewezen. Rabobank werd veroordeeld in de proceskosten aan de zijde van [C].
Uitkomst: Het verzoek tot inroepen van het huurbeding en ontruiming van de woning is afgewezen.