De rechtbank Noord-Nederland heeft op 24 februari 2015 uitspraak gedaan in een zaak tegen verdachte die werd beschuldigd van seksueel misbruik van een minderjarig slachtoffer.
De rechtbank sprak verdachte vrij van het primair tenlastegelegde seksueel binnendringen, omdat dit uitsluitend door het slachtoffer werd verklaard en niet werd ondersteund door andere bewijsmiddelen. Wel achtte de rechtbank het subsidiair tenlastegelegde, het plegen van ontuchtige handelingen met het slachtoffer toen deze jonger dan zestien was, wettig en overtuigend bewezen.
De bewijsvoering bestond uit verklaringen van het slachtoffer, diens ouders en andere getuigen, die samen een consistent beeld schetsten van de ontuchtige handelingen. Verdachte ontkende de feiten, maar kon geen alternatieve verklaring geven en erkende niet te weten wat er was gebeurd.
De rechtbank hield rekening met het grote leeftijdsverschil, de ernst van de feiten, het feit dat verdachte onder invloed van alcohol handelde en zijn motivatie om aan zijn alcoholverslaving te werken. Verdachte werd veroordeeld tot 180 uur werkstraf, geheel voorwaardelijk met een proeftijd van drie jaar en bijzondere voorwaarden waaronder behandeling en reclasseringstoezicht.
De rechtbank stelde dat de bescherming van het slachtoffer voorop staat en dat verdachte zijn persoonlijke belangen boven die van het slachtoffer heeft gesteld. De straf is mede gebaseerd op het feit dat het bewezen feit ongeveer tien jaar geleden heeft plaatsgevonden en een eenmalige gebeurtenis betreft.