ECLI:NL:RBNNE:2016:1322
Rechtbank Noord-Nederland
- Op tegenspraak
- Rechtspraak.nl
Beslissing op vordering tot ontneming van wederrechtelijk verkregen voordeel
De officier van justitie heeft een vordering tot ontneming van wederrechtelijk verkregen voordeel ingediend, aanvankelijk ter hoogte van € 96.123,00, later verhoogd naar € 156.451,00 op basis van de vermengingstheorie binnen het bedrijf van veroordeelde.
De verdediging betwistte het bestaan van wederrechtelijk verkregen voordeel en stelde dat de contante ontvangsten en uitgaven anders waren dan door het OM berekend. De rechtbank oordeelt dat het primaire standpunt van het OM, gebaseerd op de vermengingstheorie, niet standhoudt zonder nadere onderbouwing.
De rechtbank stelt veroordeelde in de gelegenheid om binnen zes weken nadere stukken en verweren in te dienen ter onderbouwing van zijn standpunt over de eenvoudige kasopstelling. Het onderzoek wordt heropend maar geschorst totdat deze stukken zijn ingediend.
Uitkomst: Het onderzoek wordt heropend onder schorsing om veroordeelde in de gelegenheid te stellen nadere stukken in te dienen ter onderbouwing van zijn verweren.